Reflex   | Praag  

De Tsjechisch-Japanse politicus Tomio Okamura, een nationalist en verklaard tegenstander van de EU en immigratie, was een verrassende winnaar bij de parlementsverkiezingen in oktober. Wie is hij?

Hij wilde president worden van de Tsjechische Republiek. Hij wil de radio en de televisie nationaliseren. Hij wil directe democratie en accepteert niet dat iemand hem de mond snoert. Hij heeft een bloedhekel aan de media maar verschijnt er veelvuldig in. Hij is half-Japans en half-Tsjechisch, wijst de islam radicaal af en is tegen iedere vorm van immigratie.

Hij is voorzitter van de partij Vrijheid en Directe Democratie (SPD), die hij oprichtte nadat hij uit de Dageraad-partij was gezet, die hij eveneens had opgericht. Tomio Okamura en zijn SPD zorgden voor een verrassing bij de parlementsverkiezingen in oktober door de op drie na grootste partij te worden (10,64 procent van de stemmen, 22 zetels). Dit resultaat verschaft Okamura een machtspositie aangezien Andrej Babis, met 29 procent van de stemmen de winnaar van de verkiezingen, hem nodig heeft voor een toekomstige coalitieregering.

Okamura werkte in Japan als vuilnisman. Dankzij hard werken werd hij later miljonair in Tsjechië, het land waar hij naar eigen zeggen nog steeds last heeft van racistische pesterijen. Hij werd in 1972 geboren in Tokio als zoon van een Tsjechische moeder en een Japanse vader, als jongste van drie zonen. Na zijn kindertijd voornamelijk te hebben doorgebracht in Japan, maakte hij zijn lagere school af in Tsjecho-Slowakije. Toen zijn moeder ziek werd, bracht hij met een van zijn broertjes enige tijd door in een weeshuis. Hij vertelt dat hij er werd gepest, wat een verklaring zou kunnen zijn voor het gestotter waar hij tot zijn tweeëntwintigste last van had.

Okamura volgde een middelbare 
chemieopleiding alvorens op zijn achttiende terug te keren naar Japan, waar hij niet verder ging studeren. Hij kon in het land van zijn vader alleen een baan vinden als vuilnisman, en vervolgens als popcornverkoper in een bioscoop. Omdat hij zich naar eigen zeggen gediscrimineerd voelde en geen toekomst zag in Japan, vertrok hij opnieuw naar Tsjechië.

Bedwelmd door succes

Daar stort hij zich met succes in het toerisme en begint zijn eigen reisbureau, dat zich voornamelijk richt op Japanse toeristen. Hij is mede-eigenaar van winkels met Japanse producten en een softwarebedrijfje, en wordt ook actief in het restaurantwezen. In 2012 maakt hij gebruik van zijn contacten in de media om zich kandidaat te stellen voor de Senaatsverkiezingen. Bedwelmd door zijn succes besluit hij vervolgens deel te nemen aan de presidentsverkiezingen. Als blijkt dat hij niet genoeg handtekeningen heeft verzameld, gaat hij in beroep bij de hoogste bestuursrechter.

In 2013 richt Tomio Okamura Dageraad op, een partij voor directe democratie. Hij wordt verkozen tot partijvoorzitter en wordt gekozen in het parlement. Okamura schreef verschillende boeken waarin hij naast verhalen over zijn persoonlijke leven advies geeft over de manier waarop je een gelukkig leven kunt leiden: hoe geld te verdienen, hoe te slagen in het leven of macht te vergaren. Het eerste boek, met zijn gezicht op het omslag, heeft als titel De Tsjechische droom. Deze boeken, de auteur komt er rond voor uit, zijn geïnspireerd door de boeken van Donald Trump, voor hem liefkozend ‘Donald’.

Het bewijs dat het hem financieel voor de wind gaat, is het feit dat hij de op twee na rijkste volksvertegenwoordiger van het land is, na miljardair Andrej Babis en de aristocraat Karel Schwarzenberg. Maar het is eveneens geld dat zijn imago van integer zakenman, dat hij zorgvuldig koestert, het meest bezoedelt. Na zijn succes bij de verkiezingen van 2013 vloeiden er miljoenen kronen in de partijkas van Dageraad. Maar in diezelfde periode werd er iedere maand een bedrag van 1 miljoen Tsjechische kronen [ca. 39.000 euro] overgemaakt van de partij naar een rekening van Okamura, zogenaamd als vergoeding voor marketingactiviteiten en media-adviezen. De politicus had geen verklaring voor deze naar klassieke verduistering riekende praktijken, en werd uitgesloten van de politieke partij waar hij oprichter van was. Okamura verweerde zich en zei dat er in zijn partij een coup was gepleegd. Nadat het schandaal enkele maanden had geduurd, trad Okamura zich terug en verliet hij de partij die geen toekomst meer had en die financieel onherstelbaar beschadigd was. De kwestie is des te pijnlijker omdat een van de campagneslogans van de partij bij de laatste verkiezingen nu juist was dat politiek leiders hoofdelijk aansprakelijk moeten worden gesteld, zowel materieel als strafrechtelijk.