Salon | San Francisco

Microsoft-oprichter Bill Gates wil een modelstad gaan bouwen in de buurt van Phoenix. Tal van eerdere experimenten met privé-utopia’s laten zien dat dit geen goed idee is, schrijft journalist Keith A. Spencer.

Snoer me maar de mond wanneer dit verhaal te veel op het snode plan van een James Bond-schurk gaat lijken: de rijkste man op aarde heeft in een persbericht aangekondigd dat hij voor 80 miljard dollar 200 vierkante kilometer land wil kopen, drie kwartier rijden ten westen van de stad Phoenix. Daar willen hij en zijn investeerders zo’n 80.000 wooneenheden en duizenden vierkante meters kantoor- en bedrijfsgebouwen neerzetten en zo hun eigen smart city realiseren, geheel volgens hun eigen voorschriften en zonder enige inbreng van, ach, nou ja, de mensen die er zullen gaan wonen. De stad is bedacht met techno-utopische idealen van het type dat op papier prachtig klinkt, maar nooit enig tastbaar maatschappelijk resultaat oplevert, behalve dat het de ego’s van de Silicon Valley-sekte nog verder opvijzelt. En het mooiste van alles: de toekomstige stad – Belmont – wordt letterlijk vernoemd naar de firma die hem financiert: Belmont Partners. Klinkt dit feodaal? Tja, dat is het eigenlijk ook.

Microsoft-oprichter Bill Gates wil met zijn kapitaal via een aantal verschillende holdings een stad bouwen op basis van zijn eigen persoonlijke opvattingen over wat een goede samenleving is. Afgezien van wat kleine verschillen in hun politieke visie doet dat nogal denken aan de moralistische kijk op de wereld van onze president, nietwaar? Het is een ongehoorde top-downmanier om een plek in te richten waar mensen straks echt zullen leven en werken en ademen en denken, en gaat regelrecht in tegen de democratische principes die in de meeste westerse steden gelden.

Mickey Mouse-zonnepanelen in Lake Buena Vista. Disney bepaalt er de politiek en de belastinggrondslagen. – © HH