The Guardian | Londen

De Britse sandwichindustrie is goed voor 8 miljard pond per jaar. Maar dat is niet genoeg, als het aan de gepassioneerde ‘sandwichmensen’ ligt, die over het product praten als over een literair meesterwerk. Er zijn nog nieuwe belegcombinaties mogelijk, en belangrijker: nieuwe dagdelen te veroveren.

De gekoelde, verpakte sandwich, een onderdeel van het moderne Britse leven dat zo algemeen, zo veelsoortig en altijd zo dichtbij is dat je er op dit moment waarschijnlijk een zit te eten, werd precies zevenendertig jaar geleden uitgevonden. Zoals zoveel rond de sandwich klinkt ook dit misschien onwaarschijnlijk. Maar het is waar. In het voorjaar van 1980 gingen bij Marks & Spencer, de grootste warenhuisketen van het land, voor het eerst verpakte sandwiches over de toonbank. Niet veel bijzonders. Zalm met komkommer. Ei met tuinkers. Driehoekjes wit brood in een plastic doosje, op de afdeling etenswaren, naast alle andere producten. De prijs: 43 pence.

Nu de sandwichindustrie inmiddels goed is voor 8 miljard Britse ponden per jaar, lijkt het onvoorstelbaar dat dit nooit eerder was geprobeerd, maar het was wel zo. Groot-Brittannië was in 1980 een land van formica toonbanken, fluorescerend licht en in jus gedrenkt middageten. Sandwiches werden thuis van kliekjes in elkaar geflanst, voor je neus belegd in een rokerig café of ze waren iets treurigs met opgekrulde hoeken in de British Rail-restauratie.

Andrew Mackenzie, de man die indertijd de voedselafdeling van M&S-filiaal Edinburgh leidde – een van de eerste vijf filialen die de nieuwe, chique, kant-en-klare sandwiches verkochten – probeert me duidelijk te maken hoe nieuw dat toen was. ‘Vergeet niet,’ zegt hij, ‘Het bestond nog niet, dat idee.’

Het had op zijn minst iets exotisch. Wie wilde er betalen voor iets dat je net zo makkelijk thuis kon klaarmaken? ‘We vonden het allemaal een beetje raar indertijd,’ zegt Mackenzie. Maar hij volgde de instructies van het hoofdkantoor op en transformeerde een opslagruimte tot een miniproductielijn, met roestvrijstalen werkbladen en een vroege bebotermachine. De eerste M&S-sandwiches werden door winkelpersoneel klaargemaakt in geïmproviseerde keukens en kantines. ’s Nachts lagen de garnalen te ontdooien op dienbladen en voor dag en dauw begon een vijfkoppige ploeg aan het bereiden van de sandwiches voor die dag.

En wat verkochten ze goed! De sandwiches gingen zo snel over de toonbank dat het experiment werd uitgebreid naar 25 filialen en vervolgens naar 105. Al snel moest Mackenzie in Edinburgh meer sandwichmakers aannemen. In het filiaal in Croydon stond een ploeg van zeven medewerkers honderd sandwiches per uur te maken. De eerste officiële M&S-sandwich was zalm met tomaat, maar in werkelijkheid lag er niets echt iets vast. De voorraad raakte zo snel uitverkocht dat het personeel de broodjes belegde met wat er ook maar voorhanden was. In Cambridge maakten ze sandwiches met haring, en ook die wilden de klanten.

In al haar bescheidenheid bleek de verpakte sandwich prima te passen in heel nieuwe manier van leven en werken. Binnen een jaar was de vraag zo groot dat M&S drie leveranciers benaderde om het proces te industrialiseren. (Een van de eerste sandwichfabrieken ter wereld was een provisorische houten keet op het terrein van de Telfer’s vleespasteifabriek in Northampton.) In 1983 bracht Margaret Thatcher een bezoek aan de M&S flagshipstore op de Londense Marble Arch en zij noemde de sandwich met garnalensalade ‘verrukkelijk’.

Elke supermarkt stortte zich op de trend. In het hele land hielden chefs en bakkers en lieden van allerlei pluimage op met wat ze aan het doen waren en begonnen op een industrieterrein hun eigen sandwichmakerij. De sandwich was niet langer bijzaak, of een hap bij gebrek aan beter, ze werd de brandstof van een dynamisch, avontuurlijk bestaan. ‘Bij Amstrad beginnen de medewerkers vroeg en werken ze tot laat door. Niemand neemt lunchpauze – misschien krijgen ze een sandwich op hun bureau gegooid,’ aldus zakenmagnaat Alan Sugar in 1987 tegen een publiek op City University. ‘Er wordt niet over koetjes en kalfjes gepraat, het is een en al actie.’ In 1990 was de Britse sandwichindustrie een miljard Britse pond waard.