The Atlantic | Washington D.C.

Andrew Anglin veranderde van antiracistische veganist in de belangrijkste trol van de alt-right-beweging. Luke O’Brien van The Atlantic volgde hem, dook in zijn verleden en stelde zich twee vragen: hoe is dit gebeurd, en wat kan ertegen worden gedaan?

Op 16 december 2016 ging de telefoon van Tanya Gersh. Ze nam op en hoorde pistoolschoten. Geschrokken hing ze op. Gersh, een makelaar in Montana, dacht aan een flauwe grap. Maar haar telefoon ging nog een keer. Weer pistoolschoten. Weer hing ze op. Weer ging de telefoon. Nu hoorde ze een man: ‘Zo houden we de Holocaust in stand,’ zei die. ‘We kunnen je begraven zonder je aan te raken.’

Met trillende handen hing ze weer op. Ze was een van de circa honderd Joden in het stadje Whitefish en omgeving. Ze wist wel dat zich daar ook rechts-extremisten en antioverheidsactivisten ophielden, maar voor Gersh, die er al woonde sinds haar afstuderen, meer dan twintig jaar geleden, was deze schilderachtige wintersportplaats nooit anders dan een idyllisch oord geweest. Ze had niet eens een huissleutel, omdat ze simpelweg nooit de behoefte had gevoeld haar voordeur op slot te doen. Dat gevoel van veiligheid werd nu bruut beëindigd. De telefoontjes waren het begin van een maandenlange treitercampagne, op touw gezet door Andrew Anglin, de man achter ’s werelds populairste neonazisite, The Daily Stormer. Volgens Anglin had Gersh haar stadsgenoot Sherry Spencer onder druk gezet om een pand te verkopen. Sherry’s zoon Richard Spencer is ook een beruchte rechts-extremist en het gezicht van de zogenaamde alt-right-beweging.

De Spencers hadden oude banden met Whitefish, Richard woonde er al jaren. Hij had zich inmiddels wereldwijd berucht gemaakt door na de verkiezingszege van Donald Trump op een bijeenkomst in Washington ‘Heil Trump!’ te roepen, wat zijn gehoor had beantwoord met de Hitlergroet. Sommige bewoners van Whitefish wilden daarom bij een bedrijfsgebouw van Sherry Spencer in de stad gaan demonstreren. Volgens Gersh klopte Sherry bij haar aan voor advies en ried zij haar aan om het pand te verkopen, geld te doneren aan een goed doel en publiekelijk afstand te nemen van de standpunten van haar zoon. Maar volgens Sherry uitte Gersh ‘verschrikkelijke dreigementen’ aan haar adres. In een bericht op de blogsite Medium schreef ze op 15 december dat Gersh haar in feite probeerde af te persen. (Sherry Spencer wilde ons hierover niet te woord staan.)

Richard Spencer en Andrew Anglin kenden elkaar destijds nauwelijks. Spencer beschouwt zichzelf als de denker van extreem-rechts en verpakt zijn racisme in intellectueel jargon. Anglin is meer van de grove schuttingtaal en scheldpartijen, zoals je die in de ergste onlinediscussieforums aantreft. Maar een dag voordat Sherry’s blogbericht op Medium verscheen, waren Spencer en Anglin samen verschenen in een podcast waarin ze elkaar bewierookten. Anglin sprak van een ‘historische’ stap richting grotere eenheid op rechts.

Trumps Amerika

Het was in de geest van die nieuwe samenwerking dat Anglin allerlei persoonsgegevens van Gersh en haar man Judah en andere Joodse inwoners van Whitefish op internet gooide. Hij voorzag hun foto’s van een Jodenster en fotoshopte hun twaalfjarige zoontje in een afbeelding van de toegangspoort van Auschwitz. De lezers, zijn ‘Stormer-trollenleger’, werden aangespoord om ze ‘te grazen te nemen’.

‘Jullie verdienen allemaal de kogel’, mailde een zo’n Stormer. ‘Stop die arrogante slet van een vrouw terug in haar kooi, vuile jid’, luidde een mail aan Judah. ‘Vuile Joodse hoer,’ zei Andrew Auernheimer, webmaster van The Daily Stormer, op de voicemail van Gersh. ‘We leven nu in Trumps Amerika.’ Bedrijven, mensenrechtenactivisten en raadsleden in Whitefish, iedereen die iets met de zaak te maken kon hebben werd de week daarop met zulke berichten bestookt. Volgens de politie werd Judahs kantoor in drie dagen vijfhonderd keer gebeld door één man. Op een avond kwam Gersh thuis en zat haar man in het donker op de bank, met de koffers gepakt, en vroeg haar of ze niet moesten vluchten. ‘Ik ben nog nooit van mijn leven zó bang geweest,’ vertelde ze mij.

Dat een gesjeesde student van 33 als Anglin zo veel schade kon aanrichten – Bill Dial, de korpschef van Whitefish, noemde het ‘binnenlands terrorisme’ – geeft wel aan hoe zelfverzekerd alt-right inmiddels is geworden. Anglin is een ideologisch erfgenaam van mannen als George Lincoln Rockwell, die eind jaren vijftig aan de wieg stond van de American Nazi Party, en William Luther Pierce, in de jaren zeventig oprichter van een andere belangrijke extreem-rechtse groepering, de National Alliance. Anglin bewondert deze voorgangers, die zichzelf beschouwden als leiders van een revolutionaire beweging die het land moest terugveroveren voor de blanken. Hij droomt van een gewelddadige opstand tegen de overheid. Maar waar Rockwell en Pierce het moesten hebben van stencils, nieuwsbrieven, radio-uitzendingen en groepsbijeenkomsten, heeft Anglin het internet tot zijn beschikking. Zijn bereik is enorm veel groter, zijn mogelijkheden om aansluiting bij geestverwanten te vinden zijn ongeëvenaard. En hij had het tij toevallig ook mee. Een populair concept in extreem-rechtse kringen is het zogenaamde Raam van Overton: dat staat voor het geheel aan ideeën, van uiterst links tot uiterst rechts, die door de samenleving nog als acceptabel gedachtegoed worden beschouwd. Al jarenlang proberen rechts-radicalen dat venster van bespreekbaarheid op te rekken. En tot hun verrassing en grote blijdschap zagen ze het hele raam tijdens Trumps verkiezingscampagne plotseling wijd open vliegen. Ineens mocht je het gewoon hebben over een inreisverbod voor moslims en mocht je Mexicanen afschilderen als misdadigers en profiteurs, en lagen Anglins eigen, nog extremere ideeën dus lang niet meer zo ver buiten de mainstream. Als de meest bedreven propagandist van alt-right appelleert Anglin met zijn teksten aan dezelfde woede en onvrede waaraan Trump zijn presidentschap heeft te danken – vooral een gevoel van miskenning onder blanke mannen.

Na zes dagen kondigde Anglin de tweede fase van zijn Whitefish-campagne aan: gewapend protest. ‘De wetgeving op het dragen van wapens is in Montana extreem tolerant’, schreef hij op The Daily Stormer. ‘Mijn advocaat zegt dat we makkelijk met zware geweren door de stad kunnen marcheren.’ Hij plande een protestmars voor 16 januari, Martin Luther King Jr. Day, en voorspelde een opkomst van zo’n tweehonderd man bij deze ‘James Earl Ray Day Extravaganza’, om de moordenaar van King eer te bewijzen. Hij beloofde bussen met skinheads uit San Francisco en omgeving te sturen.