Mekong Review | Sydney

In de Thaise hoofdstad Bangkok schieten de overdekte winkelcentra als paddenstoelen uit de grond. Staan ze symbool voor het lege consumptiekapitalisme? Of juist voor de veerkracht van de nieuwe middenklasse?

Ik ben geboren en getogen in Bangkok. Over welke stad ik ook fantaseer om er te wonen, altijd kom ik uiteindelijk weer uit bij de verstopte, vervuilde, bruisende straten van de hoofdstad van Thailand. Bangkok is mijn thuis. Maar het is wel een vreemd soort thuis. Mijn familie en vrienden wonen er, maar het is ook niet per se een thuis waar je dol op bent. Bangkok is een stad die wordt beleefd en ervaren, en minder een stad die wordt bewonderd of waarvan wordt genoten. Het is een soort haat-liefdeverhouding die moeilijk valt te begrijpen – tenzij je ervandaan komt. Altijd als buitenlandse vrienden vragen wat er te doen is in Bangkok, of wat wij er doen, luidt mijn antwoord: ‘Niet veel.’

Vanwege de hitte kun je er in de openlucht niet zo actief zijn, en Bangkok is dermate dichtbevolkt dat een wandeling in het park of een bezoek aan een museum meer gedoe dan plezier oplevert. Het verkeer en het openbaar vervoer in de stad zorgen ervoor dat het twee keer zo lang duurt als elders eer 
je ergens bent. Sporten of iets kunstzinnigs doen kost geld – je moet je deze creatieve en fysieke inspanningen wel kunnen veroorloven. Wat blijft er dan voor de meeste inwoners van Bangkok over om te doen? De activiteit die het meest geschikt is, en waar we allemaal van kunnen genieten, is het bezoeken van shoppingmalls.

Alles wat je mogelijkerwijs zou willen hebben, kun je kopen in een shoppingmall in Bangkok