Haaretz   | Tel Aviv  

Uit opnames in bezit van de krant Haaretz blijkt dat een extreem-rechtse Joodse organisatie bij het opkopen van Arabische huizen in Oost-Jeruzalem prostituees aanbiedt aan de Palestijnse eigenaars.

‘Wilt u een meisje? Eén, twee, hoeveel? En hoe oud?’ De man die praat is Matityahou Dan, voorzitter van de extreem-rechtse organisatie Ateret Kohanim (‘De kroon van de grote priesters’), die tot doel heeft een Derde Tempel te bouwen op de plek van de Rotskoepelmoskee en de belangrijkste kracht is achter de Joodse kolonisatie van het Arabische deel van Oost-Jeruzalem. Hij biedt een meisje aan, zo nodig met Viagra en al, aan de Palestijnse eigenaar van een pand dat de organisatie probeert te verwerven. Het gesprek dateert van twee decennia geleden. Sindsdien heeft Ateret Kohanim talrijke Palestijnse panden in bezit gekregen.

Deze opname maakt deel uit van een serie audiodocumenten waarop Haaretz de hand heeft weten te leggen en geeft een inkijkje in de manier waarop Joodse groeperingen Palestijnse panden in Oost-Jeruzalem verwerven. Je kunt horen hoe Matityahou Dan en andere vertegenwoordigers van Ateret Kohanim in alle vrijheid het adagium hanteren dat het doel de middelen 
heiligt. Ze volstonden niet met het aanbieden van seks (zolang het niet 
om Joodse meisjes ging) maar dreigden ook de onderhandelingen openbaar te maken, waardoor het leven van de Palestijnse eigenaars op het spel zou komen te staan.

Joodse agent

Op een van de opnames waarschuwt Eitan Geva, de advocaat van de organisatie, de familie van een eigenaar: ‘Of u sluit dit pand en draagt het aan ons over, of u komt voor de rechter met alle onherstelbare gevolgen van dien: iedereen zal weten dat uw vader of uw man een Joodse agent is of aan Joden heeft verkocht. Er zijn twee manieren van onderhandelen, discreet of luidruchtig. In uw eigen belang kunt u beter voor discretie kiezen.’ Matityahou Dan beschrijft ook hoe je in het geheim moet onderhandelen, onder andere door het inschakelen van stromannen of bedrijven die in belastingparadijzen staan geregistreerd. Hij praat vaak met een zekere Haï, die volgens een voormalige rechterhand van Dan niemand anders is dan een vroegere hoge vertegenwoordiger van het Grieks-orthodoxe patriarchaat die hem hielp bij zijn onroerendgoedtransacties. (Zie 360 # 131: ‘Grieks-orthodoxe kerk speculeert met vastgoed in Israël’.)

Matityahou Dan onderhoudt nauwe banden met Israëlische ministers en parlementsleden, evenals met de burgemeester van Jeruzalem, Nir Barkat. Hij is al sinds de jaren tachtig een van de belangrijkste spelers bij het verwerven van Palestijns onroerend goed, bedoeld om meer Joden in Oost-Jeruzalem te huisvesten. Zo wonen er in de enige moslimwijk van de stad inmiddels duizend Joden die gelieerd zijn aan Ateret Kohanim, de twintig Joodse gezinnen die in de buitenwijk Silwan zijn ondergebracht nog even buiten beschouwing gelaten. In 2005 legde een inwoner van Silwan uit hoe Matityahou Dan erin slaagde een pand te verwerven dat bekendstond onder de naam ‘Beith Yonathan’ (‘Het huis van Jonathan’).

Deze Palestijn, die dit huis zonder toestemming had gebouwd en er met zijn gezin woonde, werd door Dan mee naar Amerika genomen, met inbegrip van bordeel- en casinobezoek. Op een avond liet Dan hem achter in het gezelschap van twee callgirls. Diezelfde avond zette in Jeruzalem Ateret Kohanim met behulp van de Israëlische politie het Palestijnse gezin uit hun huis en nam men het pand in beslag.