Jutarnji List  | Zagreb  

De recente moord op de Servische politicus Oliver Ivanovic bevestigt de status van de regio als het ‘zwarte gat van de Balkan’, aldus het Kroatische dagblad Jutarnji List.

We noemen de westelijke Balkan gewoonlijk het ‘zwarte gat’ van Europa. 
En Kosovo wordt dan weer het ‘zwarte gat van de Balkan’ genoemd, en Noord-Kosovo het ‘zwarte gat van Kosovo’. Toch had het nooit zover mogen komen. Als je Brussel mag geloven, dat zich voorstaat op de succesvolle dialoog tussen Kosovo en Servië, en als je kijkt naar alle hulp die Noord-Kosovo heeft ontvangen, zou dit de meest ontwikkelde regio moeten zijn en eerder het Liechtenstein van de Balkan! Eerlijk gezegd zijn ze nogal royaal geweest voor deze kleine, dunbevolkte regio. De Europese Unie heeft speciale middelen toegekend aan de regio, de regering van Kosovo heeft specifieke projecten voor het noorden, en ook de Servische regering wijst, met toestemming van Pristina en Brussel, speciale middelen toe voor de ontwikkeling van deze regio.

Met al dit geld en al deze projecten voor het noorden van Mitrovica en 
de aangrenzende gemeenten met in Kosovo wonende Serviërs, zou deze streek dus welvarend moeten zijn. En omdat de veiligheid van de regio een topprioriteit is van KFOR [vredeshandhavingsmissie van de NAVO in Kosovo] en Eulex [civiele missie van de Unie 
ter bevordering van de rechtsstaat], en de EU zich voorstaat op de succesvolle dialoog over het vrije verkeer in dit 
deel van het land, zou de veiligheid 
ook geen probleem mogen zijn.

Rechteloos gebied

Maar dat zijn maar indrukken, want de werkelijkheid is heel anders. Iedereen die in Noord-Kosovo is geweest of die er woont, of in het zuiden van Mitrovica, aan de andere kant van de brug tussen het Albanese deel en het Servische 
deel van de stad, kan ervan getuigen.

Het is moeilijk in Europa een plek te vinden die zo sterk op een rechteloos gebied lijkt. Kosovo kan niet bogen op veel eerbied voor de wet en het functioneren van de rechtsstaat. Maar de auto’s hebben er tenminste wel nummerborden, de politie patrouilleert er, bekeurt auto’s die te hard rijden, de burgers betalen er hun water- en elektriciteitsrekening en de straatnamen worden aangeduid in het Albanees 
en het Servisch. Dat is niet het geval 
in Noord-Kosovo. De auto’s rijden er rond zonder nummerbord of met een Servisch nummerbord. De wetten van Kosovo worden er dus niet nageleefd – ondanks het ‘historische akkoord’ onder auspiciën van Brussel –, net zomin als de wetten van Servië. Feitelijk maakt Servië sinds het einde van de oorlog in 1999 de dienst uit in dit deel van Kosovo, hetzij door de aanwezigheid van zijn politie, waarin de NAVO en de EU stilzwijgend hebben toegestemd, hetzij door zijn steun aan de parallelle machtsstructuren, zoals de ‘bewakers van de brug’.

Hoe is het mogelijk dat de EU dit heeft laten gebeuren en dat zij haar ogen sluit voor deze situatie? Als er zo slordig wordt omgesprongen met de macht, is het niet verbazingwekkend dat niemand weet wie er auto’s van politici in brand steekt, wie er gestolen auto’s verkoopt (zelfs aan de eigenaren van die gestolen auto’s), en nog minder wie er opdracht geeft voor het executeren van politici of wie deze opdrachten uitvoert.

Zo is het waarschijnlijk ook gegaan met de moord op Oliver Ivanovic, een van de belangrijkste en opvallendste Servische politici in Kosovo. Natuurlijk, er worden ook politici vermoord in Zweden, een van de ontwikkeldste en veiligste landen ter wereld. Maar de afgelopen twintig jaar blijven er te veel moorden en aanslagen op politici en journalisten onopgehelderd in Kosovo, zowel in het noorden als in het zuiden. Dit kun je niet alleen de ‘wettelijke Kosovaarse autoriteiten’ aanrekenen, omdat ook de NAVO- en Eulex-functionarissen in Kosovo over de middelen en het juridisch mandaat beschikken om tegen dit soort zaken op te treden.