The Economist   | Londen

Door aanscherping van de regels is het in het Verenigd Koninkrijk moeilijker geworden om de status van zigeuner te krijgen. En wie geen status heeft, krijgt vaak ook geen plek.

De caravan van Martin Maughan staat in de hoek van een modderig terreintje in de buurt van Rainham, een plaatsje in Kent. Binnen is het krap, maar brandschoon. Het witte tapijt is smetteloos, net als de plastic kleden op de bank en de 
eettafel. Maughan is een Ierse traveller. Hij woont met zo’n dertig familieleden 
op het kampeerterrein. Samen zijn ze eigenaar van het terrein. Maar toen ze vorig jaar een vergunning aanvroegen om van de landbouwgrond een bewoonbaar terrein te maken met 
stacaravans en elektriciteitsaansluitingen, moesten ze bij de gemeente 
aantonen dat ze er een nomadische levensstijl op nahielden. Dat vond Maughan belachelijk: ‘Sinds wanneer maakt de overheid uit of ik een traveller ben?’

Een paar modderveldjes verderop hoor je dat de gewone burger daar heel anders over denkt. Van hen mag het kamp verdwijnen. ‘Een traveller is iemand die rondtrekt,’ zegt een van 
de buurtbewoners resoluut.

Wat is een traveller? Die vraag is lastig te beantwoorden. Meestal verwijst het begrip naar mensen van Ierse afkomst die een nomadisch bestaan leiden. Vaak wordt het begrip ook gebruikt voor de Roma, die oorspronkelijk uit delen van India komen, en voor 
new-age-hippies. In Engeland wonen tussen de 150.000 en 300.000 travellers, volgens een rapport uit 2012, opgesteld door de Raad van Europa, een club van landen die zich sterk maakt voor de mensenrechten. Ze trekken niet allemaal rond; naar 
schatting woont tussen de helft en twee derde in een huis. Velen vinden dat de etnische achtergrond bepaalt of ze traveller of zigeuner zijn, niet hun nomadische levensstijl.

Speciale status

Onlangs is de vraag zeer actueel 
geworden. In 2015 werden de regels aangescherpt en werd het moeilijker om de status van zigeuner of traveller te verkrijgen, een status die wordt 
toegekend door de gemeente of 
Binnenlandse Zaken. Mensen met 
deze status hebben een grotere kans om buiten de gebieden te mogen bouwen die de gemeente voor bebouwing heeft aangewezen. Voorheen kon zo’n terrein worden geclaimd door travellers die zich er definitief hadden gevestigd. 
Dat is nu anders. De verandering werd ingevoerd om de wet rechtvaardiger te maken, zodat de speciale behandeling van degenen die niet meer rondtrekken verdween, want met die behandeling was de burgerbevolking het niet eens. Maar nu kan die verandering 
leiden tot meer tijdelijke kampen 
op plekken waar ze niet gewenst zijn – wat nog bozere reacties bij de 
plaatselijke bevolking teweegbrengt.

Een snelgroeiende nomadische gemeenschap heeft de vraag naar 
terreinen vergroot. Uit een vorig jaar door gemeenten in Engeland gehouden telling van travellercaravans bleek dat er een groei was van 37 procent sinds 2007, vergeleken met een groei van 8 procent van de totale bevolking in Engeland.

Net zoals Maughan en zijn familie kopen nomadische landeigenaren steeds vaker landbouwgrond op en 
vragen dan een vergunning aan om 
er een kamp in te richten. Maar als 
ze geen zigeuner- of travellerstatus hebben, stuiten ze op problemen, 
aldus Marc Willers, een advocaat die 
de zigeuners vertegenwoordigt. En zelfs de aanvragen van hen die wel 
die status hebben, worden vaak 
afgewezen. Dan kunnen ze weliswaar in beroep gaan, maar het aandeel 
afgewezen beroepszaken van travellers is twee keer zo groot als het nationale gemiddelde.

Als ze geen stukje eigen grond kunnen krijgen, komen ze terecht op een 
terrein dat de gemeente verplicht is beschikbaar te stellen. Maar er is een tekort aan dergelijke plekken: een onderzoek van de BBC toonde aan dat minder dan een derde van de kampen die waren beloofd ook zijn ingericht.

De nieuwe, scherpere definitie van een traveller is voor gemeenten aanleiding om nog minder grond beschikbaar te stellen. De ruimte die wordt toegekend hangt af van de plaatselijke beoordeling van de aanvragen. Sinds de regels in 2015 zijn veranderd menen veel gemeenten dat ze met minder terreinen toekunnen dan voorheen. Tewkesbury verkleinde het aantal plekken van caravans bijvoorbeeld van 147 naar slechts 8.