Undark   | Cambridge (Massachusetts)  

Hersenonderzoekers zitten te springen om gezonde hersenen. Maar donoren zijn schaars. Daarom benaderen ze nu zelfs specifieke groepen, zoals nonnen.

Neuroloog David Bennett, 
die in Chicago aan het hoofd staat van een centrum voor onderzoek naar de ziekte van Alzheimer, stond half oktober in Saint Louis voor een auditorium vol nonnen. 
Zijn doel was om hen over te halen 
hun hersenen ter beschikking te 
stellen aan de wetenschap.

Bennett grapt wel eens dat politici een kamer in kunnen lopen en mensen hun geld afhandig maken. ‘Maar ik 
kan een kamer inlopen en mensen 
hun hersenen afhandig maken.’ Wat Bennett betreft is het urgenter dan ooit dat mensen hun hersenen doneren. Er zijn steeds meer hersenen nodig voor wetenschappelijk onderzoek, omdat er steeds meer geld is voor onderzoek naar hersenaandoeningen, ouderdomshersenziekten vaker voorkomen, de instrumenten waarmee hersenen onderzocht worden steeds geavanceerder worden, en het besef groeit dat onderzoek aan dieren niet altijd voldoende inzicht geeft in 
ziekten bij mensen. De beste behandelmethode blijft dan buiten beeld.

Een groot probleem bij het onderzoek is dat de onderzochte hersenen 
(Bennett beheert in Chicago een enorme voorraad ingevroren hersenweefsel) meestal sporen vertonen van vergevorderde alzheimer of van andere ziekten die leiden tot dementie. 
Relatief gezonde hersenen daarentegen, die wetenschappers in staat 
stellen om achter de precieze oorzaak van dementie te komen, en te ontdekken wat ons ertegen beschermt, zijn veel zeldzamer.

Om dat tekort te verhelpen zijn Bennett en andere wetenschappers nu hard bezig om voorraden aan 
te leggen van een kostbaar goed: de hersenen van mensen als zuster Carleen Reck. Deze vrome non besloot na een van Bennetts spreekbeurten gehoor 
te geven aan zijn verzoek hersenen te doneren; zij tekende meteen een donorverklaring.

Mensen met hersenziekten liggen zelden in ziekenhuizen waar hun gevraagd wordt om hun hersenen te doneren