Proceso   | Mexico-Stad

María de Jesús Patricio, ofwel Marichuy, wil president van Mexico worden. De kans dat dat lukt is vrij klein. Belangrijker is dat zij de inheemse bevolking van Mexico weer een stem geeft en de draad oppakt van Subcomandante Marcos en zijn Zapatistische Bevrijdingsleger.

Evenals dat van de oorspronkelijke bewoners, van voor de Spaanse overheersing, is het leven van Marichuy (Chuy voor familie en vrienden) begonnen tussen het maïs. ‘Mijn vader was boer. Overdag werkte ik met hem op het land, ’s middags studeerde ik en ’s avonds hielp ik mijn moeder met de kleintjes.’ We spreken elkaar op het kantoor van de Concejo Indígena del Gobierno (Indiaanse Raad van de Regering) in Colonia Doctores, een wijk in Mexico-Stad. Om ons heen zitten raadsleden te ontbijten voordat de algemene vergadering begint. ’s Middags zal Marichuy haar intensieve rondgang langs de indiaanse gemeenschappen vervolgen, deze keer vertrekt ze richting de Golf van Mexico. Haar man, de advocaat Carlos González, die zich sterk maakt voor het behoud van indiaanse gemeenschapsgrond, luistert respectvol naar haar en komt alleen tussenbeide als zij hem naar een datum of de naam van een organisatie vraagt. Als Marichuys mobiel gaat kijkt ze naar het nummer op haar scherm en vraagt haar man welke deelstaat er belt. ‘Guerrero,’ antwoordt hij zonder blikken of blozen.

Met een natuurlijke vanzelfsprekendheid pareert ze grappen en beantwoordt ze vragen zonder zich te verliezen in een web van woorden. Ik heb haar zien discussiëren tijdens een etentje met intellectuelen, zaken zien regelen bij een notaris, een massabijeenkomst zien bijwonen, ik heb haar zien terugkomen van een lange reis of op het punt staan te vertrekken. Haar natuurlijkheid valt lastig te rijmen met de politiek.

Indiaanse Mexicanen

Marichuy is geboren in Jalisco, geboortegrond van de grote Mexicaanse vertellers Juan Rulfo en Juan José Arreola. Ze spreekt zorgvuldig en zonder omhaal van woorden. Vaak zijn haar toespraken het kortst van alle toespraken tijdens haar campagne, zonder uitzondering door vrouwen gehouden. Ze heeft weinig woorden nodig om uit te leggen dat ze strijdt tegen de onderdrukking van de vrouw en de indiaanse bevolking; en tegen het kapitalisme, dat ervoor zorgde dat de indiaanse gemeenschapsgrond in handen kwam van een handjevol mensen.

Kan een land van onderaf worden veranderd door de allerarmsten, over wie gezwegen wordt in de vaderlandse geschiedenis? Op de lagere school geeft men hoog op van de slimme oorlogvoering van de Azteken en het wiskundig vernuft van de Maya’s, maar noch hun talen, noch hun ontstaansgeschiedenis of hun gewoontes is onderwerp van studie. Het is nog erger: in het moderne Mexico wordt met geen woord over hen gerept, terwijl er meer dan tien miljoen indiaanse Mexicanen zijn.

Hier moet het Zapatistisch Nationale Bevrijdingsleger (EZLN) worden genoemd, dat de wapens oppakte toen de NAFTA van kracht werd, het vrijhandelsverdrag tussen Mexico, Canada en de Verenigde Staten. Op 1 januari 1994 lanceerde president Carlos Salinas het vooruitstrevende idee van belastingvrije handel. De inheemse erfenis werd gezien als een periode die voorafgaat aan de vaderlandse geschiedenis, die thuishoort in musea voor volkenkunde en winkels met ambachtelijke spullen. Maar de Zapatistas keerden het tij en lieten zien dat de indianen wel degelijk bij de moderne tijd horen. ‘Nooit meer een Mexico zonder ons’, was hun leus.