The Economist   | Londen  

De studio’s in Hollywood en de techbedrijven in Silicon Valley hebben de achtervolging ingezet 
op Netflix, het platform met 117,8 miljoen abonnees. Wie te laat is gestart, zal de eindstreep wellicht niet halen.

Plotseling wil iedereen Netflix zijn. Er zijn al streamingdiensten te over, denkt u misschien, zowel voor televisieprogramma’s als voor films. In de Verenigde Staten kun je jezelf vierkante ogen kijken op Amazon Prime, YouTube, HBO, starz, Showtime, Hulu, CBS en All Access. Andere landen beginnen hun eigen diensten te lanceren. Maar wie nu al van een tv-hausse (Peak TV) spreekt, heeft nog niets gezien. Want we staan nog maar aan het begin van de streamingrevolutie. In 2018 zullen alle grote spelers uit Hollywood en Silicon Valley hun best doen om u meer tv via internet te verkopen, of naar hartenlust content produceren om dat in 2019 te doen.

Disney, Warner Bros, 21st Century Fox en AMC richten zich steeds meer op de verkoop van tv via internet. Apple heeft meer dan een miljard dollar opzijgezet om nieuwe programma’s te produceren. Facebook, dat al een continue stroom tv-programma’s aanbiedt (net als Twitter en Snapchat), zal meer inzetten op video. Er wordt een miljardenoorlog gevoerd om de tv-kijker te strikken. Waar de strijd zich vroeger op het grote en (vooral) kleine scherm afspeelde, gebeurt dat nu op de smartphone en de tablet. De nieuwe technologiereuzen met hun diepe zakken tasten flink in de buidel om de aandacht van de gebruikers van deze apparaten te trekken. Voor de traditionele Hollywoodstudio’s is het een strijd op leven en dood. In de Verenigde Staten verliezen ze abonnees aan betaalkanalen, nu de tv-kijker dure kabelpakketten verruilt voor video via internet.

Games of Thrones van HBO is de duurste serie ter wereld: de productie kost minstens 10 miljoen dollar per uur.