Nezavisimaya Gazeta  | Moskou

In 2012 kozen de Russen iemand die borg stond voor de verworvenheden van de jaren 2000 en die werd uitgedaagd door een protesterende liberale middenklasse. Maar in 2018 hebben ze hun steun uitgesproken voor een opperbevelhebber die wordt uitgedaagd door een externe vijand.

Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen waarin 
Vladimir Poetin naar een vierde ambtstermijn dong, wilde hij indruk maken op zijn electoraat en de internationale gemeenschap met een nieuw kernwapenarsenaal. De Russen hebben dus op 18 maart een opperbevelhebber gekozen. Om ervoor te 
zorgen dat de ‘met voeten getreden’ belangen van zijn land worden gerespecteerd, is hij vastbesloten om van Rusland een even geduchte macht te maken als de Sovjet-Unie. Het Westen is nu aan zet.

Militaire kracht

Op 5 maart 2018 stroomde het Loezjnikistadion in Moskou helemaal vol voor een verkiezingsbijeenkomst ter ondersteuning van de kandidatuur van Vladimir Poetin met als leuze 
‘Voor een krachtig Rusland’. Het thema ‘kracht’ is de afgelopen weken uitgebreid uitgemolken door de president. Hij noemde het bij de uitreiking van de nationale onderscheidingen, die op 23 februari plaatsvond, en in een twee uur durende rede in de Doema. En hij had het niet over het concept van soft power dat zo populair is in het Westen, maar hoofdzakelijk over militaire kracht en ultramoderne wapens.

De officiële televisiezenders en de 
partijen in de Doema moesten het 
wel oppikken. Het protest tegen Poetin domineerde de verkiezingen en daarom werd de campagne van Poetin 
ontworpen in reactie op deze protestbeweging.

De verkiezingsbijeenkomst in februari 2012 op de Poklonnajaheuvel met als leuze ‘We hebben iets te verliezen’ was een reactie op de protestmars ‘Voor eerlijke verkiezingen’. De macht had gemikt op dat deel van het electoraat dat afhankelijk was van overheidssteun, dat de armoede in de moeilijke jaren negentig [onder Boris Jeltsin] had meegemaakt en dat zijn levensstandaard in de jaren 2000 aanzienlijk had zien stijgen. Dat electoraat werd gemobiliseerd tegen een binnenlandse dreiging. De bijeenkomsten van de oppositie werden gepresenteerd als de eerste tekenen van een terugkeer naar de jaren negentig. De macht had ingezet op de sociale tegenstellingen, en zelfs gesproken van een soort klassenstrijd: tegenover de luie middenklasse, de ‘valse’ stedelijke intelligentsia, plaatste hij de ‘echte’ intelligentsia – de arbeiders.