Haaretz | Tel Aviv

Hoe is het om homo te zijn in de Gazastrook? 
De Israëlische krant Haaretz sprak met Palestijnse homo’s over datingapps, Israëlische mannen, 
Hamas en de lokroep van het buitenland.

Jamils avatar op een berichtenapp ziet eruit als een gelukkige man, jong, met een bril en een trendy kapsel. Maar Jamil (niet zijn echte naam) zegt dat hij voortdurend in angst leeft en dat zijn ultieme droom is om zijn vaderland achter zich te laten en zich los te maken van zijn familie. De 21-jarige student uit de Gazastrook is homo en leidt een dubbelleven. In zijn publieke bestaan is hij een ijverige student, de jongste telg van het gezin, en helpt hij zijn ouders, die al aardig op leeftijd zijn, om het huishouden draaiende te houden (door boodschappen 
te doen, te zorgen dat de elektrische generator het doet en dat er water in huis is). Daarnaast leidt hij een geheim leven, waarvan hij een groot deel doorbrengt op datingapps en nepaccounts op sociale netwerken.

Jamil zegt dat hij zich op zijn veertiende voor het eerst realiseerde dat hij homo was. Hij was toen in het buitenland en ontmoette daar, voor het eerst van zijn leven, iemand die openlijk homo was. Bij thuiskomst ging hij, op internet en sociale netwerken, op zoek naar mensen zoals hijzelf. Naar eigen zeggen is hij er pas sinds een jaar of twee van overtuigd dat zijn homo-
seksualiteit niet ‘een of andere 
psychologische afwijking is’. Een paar homovrienden hebben hem ervan weten te overtuigen dat hij zichzelf moet accepteren zoals hij is.

Op je tellen passen

‘Om te beginnen leg je contact op een nepaccount op social media, of op een app waar je identiteit geheim blijft,’ zegt Jamil tijdens een telefoongesprek. ‘Op zeker moment weet een van de twee voldoende moed bij elkaar te rapen om de eerste stap te zetten en wat foto’s te sturen. Nadat je een tijdje op die manier contact hebt, besluit je om elkaar al dan niet te ontmoeten. Maar degene met wie je contact hebt kan ook een [undercover]agent van Hamas in Gaza zijn. Je moet altijd op 
je tellen passen. Je moet zorgen dat je eerst met hem aan de praat raakt, 
bijvoorbeeld op Skype. En hij moet je ervan zien te overtuigen dat hij geen lid van Hamas is.’

Jamil legt uit dat het voor iemand uit Gaza niet al te moeilijk is om agenten van Hamas te herkennen. Hoewel Hamas altijd zeer is gespitst op homo’s en de sociale media strak in de gaten houdt, heeft de organisatie een paar blinde vlekken – zo veronderstelt Jamil dat Hamas geen weet heeft van bepaalde apps die homomannen in 
de Gazastrook kunnen gebruiken om contact te leggen en te chatten, soms ook met Joden in Israël of op de 
Westelijke Jordaanoever.

Op de vraag wat hij allemaal bespreekt met mensen uit Israël, antwoordt Jamil dat zij vaak van alles en nog wat willen weten over het leven in de Gazastrook, met name hoe het leven daar is voor een homo. Er komen natuurlijk ook politieke kwesties aan de orde. Een van degenen met wie hij contact heeft wil bijvoorbeeld weten wat Jamil ervan vindt dat Israël raketten afschiet op de Gazastrook. Jamil heeft gezegd het te betreuren dat er onschuldigen omkomen, vertelt hij.