African Arguments  | Londen  

Mauritius, ooit een Nederlandse, Franse en Britse kolonie, viert dit jaar vijftig jaar onafhankelijkheid. In die halve eeuw wist het eiland alle verwachtingen te overtreffen. Maar kan het dit succes nu ook verder uitbouwen?

Hoe Mauritius de sombere toekomstvoorspellingen wist te logenstraffen is een verhaal dat zich graag laat vertellen. Een paar jaar voor de onafhankelijkheid in 1968 schreef econoom en Nobelprijswinnaar James Meade het eilandje in de Indische Oceaan af als een hopeloos geval. Een paar jaar na de onafhankelijkheid noemde de schrijver V.S. Naipaul het een ‘overbevolkt barakkenkamp’.

Toch toonde Mauritius hun ongelijk aan en werd het een van Afrika’s meest geprezen landen. Het scoort van alle Afrikaanse landen vaak het hoogst 
op het gebied van politieke vrijheden, de rechtspraak en de menselijke 
ontwikkeling. Er zijn al tien eerlijke verkiezingen gehouden en er hebben zeven vreedzame machtswisselingen plaatsgevonden. Vaak wordt het land aangehaald als toonbeeld van politieke stabiliteit en cohesie, met alle verschillende etnische groeperingen – hindoes, moslims, creolen en Mauritianen van Chinese of Franse oorsprong – die in betrekkelijke harmonie samenleven.

In 2011 bracht het succes van het eiland Joseph Stiglitz ertoe een lyrisch artikel te schrijven over wat hij ‘het mirakel van Mauritius’ noemde. De Nobelprijswinnaar deed een beroep 
op de VS en andere ontwikkelde economieën om goed naar het land te kijken en te leren van Mauritius’ politiek op het gebied van gratis onderwijs, gezondheidszorg en het sterke sociale vangnet.

Haalbaar doel

Nu de vijftigste verjaardag nadert [deze is inmiddels gevierd op 12 maart jl.] is de huidige regering er begrijpelijkerwijs op uit om voort te bouwen op deze reputatie en erfenis. De regeringscoalitie onder leiding van premier Pravind Jugnauth (56) wil Mauritius in de komende jaren onder meer van een land met hogere middeninkomens een land met hoge inkomens maken. Voor een dapper buitenbeentje dat altijd de verwachtingen heeft overtroffen is dit zeer waarschijnlijk een haalbaar doel. Maar na vijftig jaar onafhankelijkheid zal Mauritius een nieuwe strategie moeten ontwikkelen als het verder 
wil groeien – zowel economisch als politiek – om niet in een midlifecrisis te belanden.

De economische groei van Mauritius bedroeg de afgelopen vijf jaar een bescheiden 3 à 4 procent. De Bank of Mauritius heeft voor 2018 een groei van 4,2 procent voorspeld. Veel landen zouden daar jaloers op zijn, maar het is een opmerkelijke achteruitgang vergeleken met de onstuimige jaren tachtig en negentig, toen de economie dankzij de suikerindustrie, het toerisme, textiel en de financiële diensten fors groeide. De huidige regering hoopt dat de 
oceaaneconomie een vergelijkbare expansie zal opleveren. De gedachte 
is dat activiteiten zoals de visvangst, 
de winning van koolwaterstof en mineralen, de maritieme biotechnologie en de opwekking van duurzame energie het bruto binnenlands product de komende jaren omhoog zal stuwen.

Tot dusver is de visteelt de belangrijkste ontwikkeling op dit front; er worden nu producten uitgevoerd naar Europa en de VS. Maar in het algemeen is het duidelijk dat er financiële en technische expertise vanuit het 
buitenland nodig is, willen er kapitaalintensievere ondernemingen van de grond komen. Zoals de Wereldbank in 2017 al in een rapport waarschuwde, 
‘is een verdubbeling van de oceaan-economie van Mauritius mogelijk en de moeite waard, maar zal die wel enige tijd kosten’.