The Atlantic | Washington D.C.

In 2050 zullen er naar verwachting tien miljard mensen op aarde wonen. Kunnen we die allemaal te eten geven zonder dat we onze planeet vernietigen?

Alle ouders herinneren zich nog het moment dat ze voor het eerst hun baby in hun armen hielden – dat verkreukelde gezichtje, het gloednieuwe mensje dat je vanonder de ziekenhuisdeken aankijkt. Ik strekte mijn handen uit en drukte mijn dochter tegen me aan. Ik was zo overweldigd dat ik nauwelijks meer tot denken in staat was.

Later liep ik naar buiten, om moeder en kind te laten slapen. Het was drie uur in de ochtend, eind februari in New England. Het trottoir was glad en er viel een ijzige motregen. Net toen ik wilde oversteken kwam er een gedachte in me op: wanneer mijn dochter zo oud is als ik nu, lopen er op aarde zo’n tien miljard mensen rond. Abrupt hield ik stil. Ik dacht: Hoe moet dat?

In 1970, toen ik op de middelbare school zat, leed ongeveer een op de vier mensen honger – of was ‘ondervoed’, om de term van de Verenigde Naties te gebruiken. Nu is dat cijfer gedaald naar ongeveer een op de tien mensen. In die vierenhalve decennia is de gemiddelde levensduur van mensen wereldwijd met meer dan elf jaar toegenomen; een verbijsterende stijging, die zich voornamelijk voltrok in arme 
gebieden. Honderden miljoenen inwoners van Azië, Latijns-Amerika en Afrika zijn de armoede ontstegen en behoren nu tot een middenklasse. Die welvaartsgroei is niet gelijkelijk of rechtvaardig verdeeld: 
miljoenen en miljoenen mensen zijn nog steeds níét welvarend. Toch is zo’n toename van rijkdom nooit eerder voorgekomen. Niemand weet of deze groei kan doorgaan en of onze huidige welvaart houdbaar is.

Op dit moment heeft de wereld 7,6 miljard inwoners. De meeste demografen verwachten dat het er rond 2050 zo’n tien miljard zullen zijn. Daarna gaat de bevolkingsaanwas waarschijnlijk afvlakken. Als soort zijn we dan op ‘vervangingsniveau’: gemiddeld krijgt elk stel dan precies genoeg kinderen om zichzelf te vervangen. Ondertussen, zeggen economen, moet de ontwikkeling van de wereld doorgaan, hoe ongelijk verdeeld ook. Dat betekent dat wanneer mijn dochter zo oud is als ik nu, een aanzienlijk percentage van 
de tien miljard mensen op de wereld tot de middenklasse behoort.

De dialoog over het milieu is verworden tot een serie woedende monologen, waarbij geen van beide 
partijen bereid is de ander iets toe te geven