Marginalia | Sofia

Achtentwintig jaar na de val van de Berlijnse muur kampen de landen van Oost-Europa nog steeds met de nasleep van hun geschiedenis. 
Dat verklaart waarom zij de Europese crises op een heel andere 
manier ervaren, volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev.

Wat kunnen collega’s in het Westen leren van een Oost-Europese politicoloog zoals u?

Ivan Krastev: ‘Mijn boek After Europe is bedoeld als een Oost-Europese visie op de crisis, of misschien moet 
ik zeggen de crises, die de EU nu al tien jaar lang in hun greep houden. Ik wilde laten zien dat er in Europa niet alleen een scheidslijn loopt tussen links en rechts, tussen noord en zuid, tussen de grote en de kleine landen, tussen degenen die méér Europa willen en degenen die minder (of helemaal geen) Europa willen, maar ook tussen degenen die uit eigen ervaring weten wat desintegratie is en degenen die deze desintegratie alleen kennen uit de geschiedenisboeken. En dat een van de diepste scheidslijnen van Europa de kloof is tussen de mannen en vrouwen van Oost-Europa die de ineenstorting van het communisme en het uiteenvallen van het ooit zo machtige Warschaupact hebben 
meegemaakt – of ze nu blij waren met de val van het oude regime of niet – en de inwoners van West-Europa die deze traumatische gebeurtenissen niet hebben ondergaan.

Die ervaring verklaart het radicale verschil tussen 
de opvattingen over de huidige Europese crisis die 
in Parijs of in Boedapest te beluisteren zijn. Kort gezegd: de Oost-Europeanen volgen de ontwikkelingen met grote ongerustheid, zelfs een zekere angst, terwijl de West-Europeanen koppig blijven geloven dat alles wel goed zal komen. Maar de Oost-Europeanen kunnen vanuit hun persoonlijke ervaring niet 
de ogen sluiten en blijven hopen dat alles wel goed komt. Natuurlijk is het onzinnig om de huidige crisis van de EU te vergelijken met de crisis die het Sovjetblok indertijd heeft doorgemaakt, maar toch is het bijna onvermijdelijk dat wat er vandaag gebeurt veel Oost-Europeanen pijnlijk herinnert aan wat ze al eerder hebben meegemaakt. En dat gevoel van déjà vu verklaart de paradox dat de Oost-Europeanen het meest pro-Europa zijn en tegelijkertijd het meest pessimistisch over de kans dat de EU zichzelf uit de crisis zal kunnen redden.’

Een Bulgaarse vrouw in het dorp Matochina. In 2050 zal de bevolking naar schatting met 27 procent zijn gekrompen. – © Getty Images