Gazete Duvar  | Istanboel  

Met de verovering van de Koerdische stad Afrin heeft Turkije de Syrische crisis nog onontwarbaarder gemaakt, schrijft de Turkse oppositiesite Gazete Duvar.

Het tiende leger ter wereld – het tweede van de NAVO – veroverde op 19 maart het stadje Afrin in Syrisch Koerdistan, vlak over de Turkse grens. Als we de Turkse propaganda mogen geloven, had de verovering zelfs maar een dag hoeven duren. Dat zou betekenen dat het stadje 59 dagen de tijd had gekregen om zich over te geven.

Naar goed gebruik werd de zege gevierd door huizen en bedrijven grondig te plunderen. Degenen die in de gelegenheid waren auto’s, tractoren, motorfietsen of generatoren te bemachtigen, hadden geluk. Anderen moesten genoegen nemen met koeien, geiten, dekens en bedden; nog anderen met conservenblikken en flessen ketchup. De foto’s van de plundering laten een onuitwisbare indruk na van deze ‘Operatie Olijftak’.

Holle woorden

De opdrachtgevers van de operatie kunnen nu wel hun afkeuring betuigen over het wangedrag, en de rechtbanken kunnen een aantal plunderaars veroordelen, dat alles neemt niet weg dat hier geen sprake is van een incident. We zijn teruggekeerd naar de aloude traditie van roofmoorden, van het binnenslepen van buit, en van de religieuze sanctionering van dit alles binnen de jihadistische traditie waarop de daders zich beroepen. Maar wat zij hebben aangericht zal voor altijd in het geheugen van hun slachtoffers gegrift staan.

Ongeveer 200.000 mensen moesten van Afrin naar Tell Rifaat, Manbij of Aleppo vluchten. Hun dierbaren werden gedood, hun bezittingen geplunderd, hun levens verminkt. Een bijkomstigheid voor de architecten van de operatie, waarvan de demagogische speeches nochtans worden opgesmukt door humanistische en barmhartige woorden die iedere geloofwaardigheid ontberen.

Door de verovering van Afrin vormt het Syrische gebied tussen Azaz en Idlib nu een door jihadistische groepen bezette halvemaan, bedoeld als Turks schild. Land dat de krijgsheren zullen willen koloniseren en bezetten en dat ze elkaar ongetwijfeld zullen betwisten zodra de plunderingen voorbij zijn. Vanaf het begin van de Syrische crisis hebben sommigen verklaard dat ze Damascus zullen bevrijden en het bewind van Sultan Erdogan de Eerste zullen uitroepen. Op dit moment is alles zo onzeker dat zij zich voorlopig wellicht tevreden zullen stellen met Afrin.

Nu is het zaak ‘Afrin terug te geven aan zijn werkelijke eigenaren’, zoals onlangs werd meegedeeld door de Turkse president, die wil dat er zich families van de aan hem gelieerde Syrische rebellen vestigen. Maar wie zijn deze ‘werkelijke’ eigenaren precies? Het feit dat de ‘bevrijding van Afrin’ wordt toegejuicht door een handjevol naar voren geschoven Koerden die gekant zijn tegen de PYD (de grootste Koerdische partij in de regio), doet niets af aan de lokale werkelijkheid. Mensen die hun huizen hebben moeten verlaten zullen de nieuwe bewoners als bezetters blijven zien.

Ongetwijfeld zullen zich binnenkort in een hotel aan de grens enkele mensen afkomstig uit Afrin verzamelen om deze politiek van bezetting te legitimeren. Maar zij zullen even representatief zijn voor de lokale bevolking als de plunderaars – door Ankara voor de gelegenheid tot ‘Syrisch nationaal leger’ bestempeld – representatief zijn voor de Syrische bevolking.