Middle East Eye   | Londen

Na de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 werden veel bibliotheken in het land door vandalen verwoest. De oeroude bibliotheek al-Qadiriya ontsprong de dans, en dat was niet voor het eerst.

Bibliothecaris Abdoellsalem Abdoelkarim beweegt zich behoedzaam tussen de boekenplanken van de al-Qadiriyya-bibliotheek. Historische pronkstukken met zijdezachte kaft worden uit glazen toonkasten gehaald en het bezoek met gepaste trots voorgelegd.

In veel gevallen gaat het om rijkelijk versierde exemplaren van de Koran. Een ervan – handgeschreven, in twee delen, met pagina’s van bijna een meter lang – werd honderden jaren geleden gedoneerd door een Indiase prins van de Taj Mahal.

‘Deze hier is enig in zijn soort en dus heel bijzonder,’ zegt Abdoelkarim, terwijl hij een koran toont met randen van bladgoud en kleurrijke, vervlochten bloemenmotieven – ook al eeuwenoud en ooit door de moeder van een Ottomaanse sultan cadeau gedaan.

‘Door het hele boek zie je dat elk vers eindigt met een unieke afbeelding – een bloem, een zespuntige ster, een kom fruit, allerlei motieven,’ licht de bibliothecaris toe. ‘Nergens anders treffen we dit aan. Tal van deskundigen op het gebied van kalligrafie, tekens en symbolen komen dit boek bestuderen. De betekenis van veel afbeeldingen blijft echter mysterieus.’

Zwart van de inkt

De bibliotheek maakt deel uit van een uitgestrekt complex dat zowel een schitterende moskee als het heiligdom van Sjeik Abd al-Qadir al-Jilani herbergt. Deze Perzische wetenschapper uit de elfde eeuw bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door in Bagdad en stichtte er de soefi-broederschap al-Qadiriyya.

Een van de opmerkelijkste stukken is een gehavende, bevlekte, dertiende-eeuwse tekst die de plundering van Bagdad in 1258 overleefde. 800.000 inwoners vielen toen ten offer aan Mongoolse legers onder leiding van generaal Hulagu, kleinzoon van Dzjenghis Khan.

‘De Mongolen verbrandden de bibliotheken en gooiden zo veel boeken in de Tigris dat het water zwart werd van de inkt,’ vertelt Abdoelkarim. ‘Dit boek, dat uitleg biedt over de Koran en de islam, is een van de weinige die uit de rivier werden gered.’

Samen met de volledige collectie van de al-Qadiriyya-bibliotheek ontsnapte het werk ook aan de golf van vernielingen en plunderingen die volgde op de door de VS geleide invasie van Irak in 2003. Alleen al in Bagdad werden tien bibliotheken verwoest. Het verlies van vele waardevolle boekencollecties omschreef Saad Eskander, directeur van de Nationale Bibliotheek en het Nationaal Archief, als een ‘nationale ramp die het voorstellingsvermogen te boven gaat’.

‘Dit was de enige bibliotheek die werd gespaard. Dat was te danken aan God en aan onze medewerkers en vrijwilligers. Gewone mensen, geen politie of bewakers, die hier bleven om de instelling te beschermen,’ vertelt sjeik Abdoelrahman, een vooraanstaand geestelijke die verbonden is aan de moskee.

‘Toen de Amerikanen poolshoogte kwamen nemen,’ vervolgt hij, ‘zeiden we dat we eenvoudige mensen waren die zich enkel bekommerden om ons heiligdom en onze religieuze voorwerpen, en dat we maar twee kalasjnikovs hadden voor onze veiligheid. We mochten die houden. Ze gingen weer weg.’