Newsweek | New York

Het bloederige ingrijpen van het Israëlische leger bij de protestmars in de Gazastrook onlangs heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu internationaal veel kritiek opgeleverd. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – laat hij een diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld land achter. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.

Toen Benjamin Netanyahu afgelopen maart een bezoek bracht aan Washington, had dat een politieke triomf moeten worden, een jubelmoment. Het grootste deel van de twaalf jaar dat hij aan de macht is moest de havikachtige Israëlische premier noodgedwongen samenwerken met presidenten die hem verachtten, naar links neigende Democraten die het over nederzettingen en een Palestijnse staat hadden.

Nu heeft hij Donald Trump. Hun ontmoeting op 5 maart in het Witte Huis was de eerste sinds de VS het voornemen aankondigde de Amerikaanse ambassade deze lente van Tel Aviv naar Jeruzalem te verhuizen. Israëlische politici hadden lang op die verhuizing aangedrongen; Netanhayu was degene die het voor elkaar kreeg. Vleiend vergeleek hij Trump met Cyrus, de Perzische heerser die zijn Joodse onderdanen 2500 jaar geleden bevrijdde en hen liet terugkeren naar Jeruzalem. Na de ontmoeting met Trump togen Netanyahu en zijn vrouw naar de jaarvergadering van de American Israel Public Affairs Committee (AIPAC), waar ze met een staande ovatie werden ontvangen, een warmer onthaal dan waar hij thuis op kon rekenen.

En toch was de hele reis van begin af aan mislukt. Enkele uren voor Netanyahu’s ontmoeting met Trump vernamen de Israëliërs dat een van de meest vertrouwde adviseurs van de premier zich tegen hem had gekeerd. Nir Hefetz, een voormalig journalist, is wel omschreven als ‘Netanyahu’s spin doctor’, de man die verantwoordelijk was voor het masseren van de persberichten over het premiersechtpaar. Maar na zijn arrestatie in februari toonde Hefetz zich bereid namens de staat te getuigen en opnamen over te leggen van de Netanyahu’s die een mogelijke criminele samenzwering bespraken. Hij is voor zover bekend de derde vertrouweling van de premier die de afgelopen maanden met de autoriteiten heeft samengewerkt.

Netanyahu deed alsof er niets aan de hand was. Hij is tenslotte Israëls op een na langst zittende premier. Hij heeft al vaker politieonderzoeken overleefd, al vanaf zijn eerste termijn in de jaren negentig. ‘Er zal niets naar boven komen omdat er niets is,’ zo deed hij de jongste vloedgolf van corruptieonderzoeken af. En critici hebben hem om het hardst onderschat. Vóór de laatste verkiezingen, in 2015, waren de Israëliërs ervan overtuigd dat het met Netanyahu gedaan was. Die verkiezingen zouden om de economie draaien, zo voorspelden ze, en de premier had wat dat betrof weinig te bieden (hij nam niet eens de moeite met een economisch programma te komen). Desondanks won hij, op overtuigende wijze.

Maar zelfs zijn medestanders beginnen te fluisteren dat zijn juichende bezoek aan Washington zijn laatste is geweest. Na jarenlang onderzoek begint het politienet zich te sluiten; de zaken tegen hem worden met de dag substantiëler. De procureur-generaal zal de komende maanden besluiten of hij een massa aanklachten tegen hem zal indienen, variërend van komisch en absurd tot doodserieus. De man die door Time ooit ‘koning Bibi’ werd gedoopt domineert het politieke toneel van Israël al tien jaar en was van plan dat nog veel langer te blijven doen. Nu lijkt hij opeens kwetsbaar.

Tweedeling

Zijn toespraak tot de AIPAC had de gebruikelijke politieke lading. Hij praatte over de veiligheid van Israël, over de ontkiemende diplomatieke banden met voorheen onvriendelijke delen van de wereld, de benijdenswaardige hightechindustrie. Dat zijn onmiskenbare wapenfeiten, maar ze vormen niet Netanyahu’s echte erfenis. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – zal hij een land achterlaten dat diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld is.

Die tweedeling is niet helemaal zijn schuld. Demografische en culturele veranderingen – van de snelle groei van de ultraorthodoxe Joodse bevolking tot de oorlogszuchtigheid van een jongere generatie die is ontstaan tijdens de tweede intifada, de gewelddadige Palestijnse opstand – spelen een belangrijke rol. Maar hij heeft het proces ontegenzeglijk versneld. Hij laat de Haredim (het Hebreeuwse woord voor ultraorthodoxe Joden) op tal van gebieden het beleid dicteren, variërend van het onderhoud aan spoorlijnen tot gebedsafspraken bij de westelijke muur. De wilde, rechtse beschuldigingen aan het adres van regering en leger heeft hij voornamelijk doodgezwegen. In plaats van de racistische en nationalistische flanken van zijn coalitie te beteugelen geeft hij ze meer macht. Tijdens zijn laatste campagnetoespraak in 2015, op verkiezingsdag, waarschuwde hij bijvoorbeeld dat de Arabieren in groten getale naar de stembus zouden komen.

De schisma’s in de Israëlische samenleving zullen de komende maanden misschien sterk worden uitvergroot. Onder druk van de aanklachten kan Netanyahu nieuwe verkiezingen uitschrijven. Dan zou hij zijn campagne beginnen met zo’n dertig procent van de Israëliërs die achter hem staan, terwijl de meerderheid zijn vertrek eist. Veel kiezers hebben het financieel moeilijk vanwege de hoge kosten van levensonderhoud, de lage lonen en het woningtekort. Het vredesproces met de Palestijnen is in het slop geraakt. En toch, als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.