Der Spiegel | Hamburg

De Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat liep vooruit op de digitale cultuur; zijn kunst past bij het levensgevoel van de Instagramgeneratie. Een tentoonstelling in Frankfurt documenteert zijn bliksemcarrière.

Het korte leven van Jean-Michel Basquiat 
laat zich lezen als een actiestrip: uit een teenager met een spuitbus groeide een superster van de kunstwereld, die op 27-jarige 
leeftijd stierf aan een overdosis heroïne. Hij schiep 
in nog geen tien jaar ongeveer duizend werken – waarvan er maar weinig in openbare musea te zien zijn, want al tijdens zijn leven verkocht Basquiat heel goed. Op zijn eenentwintigste was hij de jongste deelnemende kunstenaar tot dan toe van documenta 7 in Kassel en tegenwoordig geldt hij als een van de belangrijkste kunstenaars van onze tijd. In het 
afgelopen jaar bracht zijn schilderij Untitled (1982) op een veiling 110,5 miljoen dollar op. Waanzinnig.

Toen Jean-Michel Basquiat de eerste golf van roem achter de rug had, was hij nog maar net twintig jaar. Als graffitiartiest had hij onder het pseudoniem SAMO (same old shit) in Manhattan naam gemaakt 
met cryptisch-poëtische schrifttekens. Vanaf die tijd werd hij steeds opnieuw gefotografeerd, gefilmd, in kranten beschreven – hij was eerzuchtig en werkte onafgebroken, maar behield tegelijkertijd ook zijn jeugdige charme en coolness, waardoor alles zo 
moeiteloos leek.

De tentoonstelling Boom for Real in de Schirn Kunsthalle Frankfurt toont nu een groot retrospectief 
dat eerder in Londen te zien was. Het probeert te 
verklaren waarom de hyperactieve zwarte jongen uit de Brooklynse middenklasse een kunstenaar werd die uitzonderlijk was in zijn tijd.

Een korte documentaire over zijn werk en de tentoonstelling.