Undark   | Cambridge (Massachusetts)  

Voor de oeroude Afrikaanse beschaving van de Nubiërs bestond lang nauwelijks aandacht. Nu zijn archeologen verwikkeld in een race tegen de klok om vast te leggen wat er nog van over is.

In 1905 togen Britse archeologen naar een smalle landstrook in Noordoost-Afrika om artefacten uit drieduizend jaar oude tempels op te graven. Ze keerden onverrichter zake terug met voornamelijk foto’s, ontmoedigd door de immer verschuivende zandheuvels. ‘Bij iedere stap zakten we tot onze knieën weg’, schreef Wallis Budge, de Britse egyptoloog en filoloog destijds. ‘We deden verschillende proefopgravingen maar troffen niets aan wat de moeite waard was mee te nemen.’

In de eeuw die volgde was er nauwelijks interesse voor de regio die bekendstaat als Nubië, de bakermat van oudere beschavingen dan het Oude Egypte, gelegen langs de Nijl in wat vandaag de dag het noorden van Soedan en het zuiden van Egypte is. Het land was onherbergzaam en een aantal archeologen wees al dan niet openlijk het idee van de hand dat zwarte Afrikanen in staat waren kunst te maken, technologie te ontwikkelen of steden te bouwen zoals de Oude Egyptenaren of de Romeinen. Moderne handboeken behandelen Nubië nog steeds als een soort appendix bij Egypte, met hooguit een paar alinea’s over zwarte farao’s.

Inmiddels is dit beeld gekanteld en beseffen archeologen hoe weinig tijd hen rest om de historische betekenis van Nubië volledig te ontvouwen. ‘Dit is een van de grote, oudste bekende beschavingen ter wereld,’ zegt archeoloog Neal Spencer, verbonden aan het British Museum. De afgelopen tien jaar heeft Spencer op een van de archeologische sites gewerkt die zijn academische voorgangers een eeuw geleden hebben gefotografeerd: Amara West, ongeveer honderdvijftig kilometer ten zuiden van de grens tussen Egypte en Soedan. Uitgerust met een magnetometer, een apparaat dat magnetische patronen van objecten in de bodem registreert, brengt Spencer duizenden metingen in kaart om zo hele nederzettingen onder het zand bloot te leggen, fundamenten van piramides en ronde grafheuvels, oftewel tumili, met tombes waarin skeletten in typisch Nubische stijl op grafbedden rusten, daterend uit 1300 tot 800 vóór Christus.

‘Het inheemse negerras heeft nooit handel of nijverheid van enige betekenis ontwikkeld en dankt zijn culturele status aan de Egyptische immigranten en de geïmporteerde Egyptische beschaving’