The Atlantic  | Washington D.C.  

Misschien denkt Mark Zuckerberg dat de wereld beter af is zonder privacy. Maar hij heeft het mis, schrijft journalist Franklin Foer.

Het wordt smullen als het wonderkind er straks van langs krijgt. Al die politici 
die Mark Zuckerberg de volle laag gaan geven – ironisch genoeg in de hoop daarmee zelf viraal te gaan. Ze zullen de oprichter van Facebook het vuur 
aan de schenen leggen en hem allerlei vreselijke wandaden proberen aan te wrijven [Zuckerberg getuigde intussen op 10 en 11 april]. Heerlijk spektakel wordt dat. Maar met spektakel heb je nog geen goed beleid.

Na de laatste schandalen rond Facebook is de stemming rond de grote techbedrijven razendsnel omgeslagen. We horen alleen meer boze klachten dan doordachte plannen. Het best uitgewerkte voorstel dat in het Congres circuleert en op enthousiaste steun kan rekenen, behelst regels voor politieke advertenties op het internetplatform. Die zullen de macht en de omzet van het bedrijf nauwelijks aantasten. En het wetsvoorstel pakt de kern van het probleem niet aan: het ontbreken van goede regelgeving om onze persoonsgegevens te beschermen.

Ons digitale leven wordt gedomineerd door het feit dat het internet een massamedium werd in de jaren negentig, toen het vrijemarktdenken hoogtij vierde. Toen we het privatiseerden, om het uit handen te trekken van de onderwijsinstellingen en overheidsinstanties die er aanvankelijk als enigen gebruik van maakten, hebben we onze maatschappelijke neiging tot regulering bedwongen. Anders dan voorheen met het bankenstelsel, de luchtvaart of de landbouw hebben we voor het internet geen strenge regelgeving opgesteld om onze veiligheid en grondwettelijke waarden te beschermen.

Van de zijlijnen van het debat roepen internetactivisten dit al langer, en ergens waren misschien ook de meeste Facebookgebruikers zich wel van de gevaren bewust. Maar een abstract besef van de grootscheepse exploitatie van onze persoonlijke data is iets anders dan een scherpe illustratie van de manier waarop die data tegen je kunnen worden gebruikt – zoals de onthullingen over de bijdrage van Facebook aan het fiasco van de presidentsverkiezingen. Dat Facebook de eigen rol nog steeds niet lijkt te willen erkennen, verhoogt het wantrouwen over de methoden en motieven van het bedrijf. En naarmate er meer wantoestanden aan het licht komen, kan het grote publiek weleens tot het inzicht komen dat het succes van Facebook van meet af aan gebaseerd was op leemtes in onze wetgeving.

Zuckerberg betuigt spijt.