The Guardian | Londen

In het Nationaal Park Virunga in Congo kwamen de afgelopen twintig jaar al 170 parkwachters om het leven bij gevechten met stropers en rebellen. Toch neemt dankzij hun niet-aflatende inzet het aantal dieren weer toe.

Het is vroeg in de ochtend, aan het Edwardmeer rijst de zon boven de vulkanen aan de oostelijke horizon. Boven het rimpelloze wateroppervlak hangt een laag mist. In het regenwoud leven olifanten, nijlpaarden en buffels, bewaakt door 26 parkwachters vanuit één enkel versterkt kamp. Plotsklaps wordt de stilte ruw verstoord. Er klinkt geschreeuw, er vallen schoten, het geratel van machinegeweren stijgt op. In groten getale rennen de aanvallers door de dichte begroeiing. Sommigen zijn zo dichtbij dat ze speren werpen en pijlen afschieten.

Loodzwaar

Later zullen de parkwachters hun commandanten vertellen dat ze door meer dan honderd man werden belaagd. 
De ongelijke strijd duurt drie kwartier. Wanneer hun ammunitie dreigt op 
te raken, trekken de bewakers zich 
uiteindelijk noodgedwongen terug. 
Ze hebben de lichamen van drie dode collega’s bij zich. Onder hun tegenstanders zijn minstens tien doden gevallen. ‘Dit is een loodzwaar beroep. Het is verschrikkelijk om collega’s en vrienden te verliezen. Maar we hebben hier bewust voor gekozen en kennen de risico’s die eraan kleven,’ zegt Innocent Mburanumwe, adjunct-directeur van het Nationaal Park Virunga, een uitgestrekt gebied van ruim 8000 vierkante kilometer regenwoud, bergen en savanne in het oosten van Congo.

Het gevecht van vorige zomer was het hevigste in jaren. Er was weinig reden voor vreugde toen het kamp vier uur na de terugtrekking weer werd ingenomen. De ‘sluimerende oorlog’, zoals Mburanumwe deze uitputtingsslag in het Virunga-park noemt, heeft in twintig jaar tijd aan meer dan 170 opzichters het leven gekost, wat het natuurpark de reputatie van een van de gevaarlijkste reservaten ter wereld oplevert. ‘Iedere dag als de opzichters op pad gaan, weten we dat ze onder vuur kunnen komen te liggen. We weten dat een van ons kan sneuvelen, een collega, of wijzelf,’ zegt Mburanumwe.