The Atlantic  | Washington

Amerikanen zijn dol op klassieke oplichters, schrijft Rachel Monroe. Ze zijn de ultieme belichaming van een typisch Amerikaanse mythe dat je bijna alles kunt worden wat je wilt. De ‘con man’, het is bijna altijd een man, is daarmee een van de niet-erkende grondleggers van Amerika. Maar Richie Peterson maakte het wel heel erg bont.

In het voorjaar van 2016 is Missi Brandt na vier loodzware jaren net weer een beetje opgekrabbeld. Ze is 45, al drie jaar van de alcohol af en haar leven is na een stormachtige scheiding in rustiger vaarwater beland. Ze woont met haar dochtertjes in een voorstad van St. Paul in Minnesota en werkt als stewardess. Missi vindt dat ze wel weer toe is aan een serieuze relatie, dus maakt ze een profiel aan op OurTime.com, een datingsite voor mensen van middelbare leeftijd.

Tussen de vele hopeloze gevallen – de wanhopige, de depressieve, de nog-net-niet-gescheiden types – springt de 45-jarige Richie Peterson eruit. Hij is beroepsofficier bij de marine, Afghanistanveteraan en nu bezig met een doctoraalstudie politieke wetenschappen aan de universiteit van Minnesota. Missi ‘liket’ zijn profiel en hij stuurt haar meteen een bericht en belt haar nog diezelfde middag. Ze praten over hun kinderen (hij heeft er twee, zij drie), hun respectievelijke scheidingen, de overwinning van hun drankprobleem. Richie vertelt haar dat hij nu met vakantie is in Hawaï, maar ze spreken af om elkaar te ontmoeten zodra hij terug is.

Een paar dagen later zal hij haar komen ophalen voor hun eerste afspraak, maar Richie is nergens te bekennen en hij reageert ook niet op haar apps. Missie zit thuis in haar zitkamer, nu eens woedend op hem (omdat hij haar heeft teleurgesteld) en dan weer op zichzelf (omdat ze zulke hoge verwachtingen had en dus teleurgesteld kon worden). ‘Ik dacht bij mezelf: Wat een sufferd ben ik toch. Hij zit natuurlijk lekker thuis met zijn vrouw en kinderen.’

Om tien uur die avond stuurt ze hem nog één laatste bericht: ‘Dit is onvergeeflijk.’ Een paar minuten later krijgt ze antwoord van Richies vriend Chris, die meldt dat Richie een auto-ongeluk heeft gehad. Het gaat gelukkig goed met hem, maar de artsen willen nog wat onderzoeken doen, omdat hij in Afghanistan aan zijn hoofd gewond is geraakt. Chris stuurt Missie een foto van Richie in een ziekenhuisbed, een beetje gebutst, vrolijk lachend tegen de camera. Missie voelt een golf van opluchting omdat Richie niets mankeert en omdat haar argwaan onterecht was.

Als ze hem uiteindelijk in levenden lijve ontmoet, is haar opluchting nog groter. Richie is lang en charmant, praat makkelijk, kan goed luisteren en wil kennelijk graag een relatie. Soms doet hij een beetje onhandig, maar dat schrijft Missi toe aan zijn gebrek aan ervaring – hij heeft haar verteld dat hij al in acht jaar niets met een vrouw heeft gehad. En het is leuk om met hem uit te gaan. Richie heeft een goede neus voor de aangename dingen des levens – dure restaurants, viersterrenhotels – en hij wil altijd per se de rekening betalen. Hij heeft bij een jachthaven in de buurt een motorboot liggen en neemt Missi en haar dochters vaak mee voor een middag op het water. De meisjes kunnen het goed met hem vinden, en ook met zijn hond. Richie laat vallen dat zijn nicht Vicki voor dezelfde luchtvaartmaatschappij werkt als Missi. De twee vrouwen hebben niet vaak samen dienst, maar ze kennen elkaar wel. Missi vindt het een grappig toeval. ‘Zeg maar niks tegen haar over ons,’ zegt Richie. ‘Op een dag verschijnen we samen op een familiefeestje en dan weet ze niet wat ze ziet; dat zal een goeie grap zijn.’

Als ze een paar maanden een relatie hebben, meldt ze zich een keer ziek voor haar werk en wordt prompt ontslagen. Richie neemt de rol van kostwinner op zich. Hij zegt dat hij de komende maanden wel haar vaste lasten zal betalen, dat ze zich geen zorgen hoeft maken, eerst moet ze maar gewoon haar leven weer op een rij krijgen en tijd aan de kinderen besteden. Misschien kan hij haar en haar kinderen wel opnemen in zijn eigen verzekering via de universiteit. En misschien, zegt hij tegen haar, met het gulle zelfvertrouwen van een rijk man, hóéft ze helemaal niet te werken. Dat aanbod trekt Missi eigenlijk niet zo erg – ‘Ik zag het niet zitten om thuisblijfmoeder te zijn,’ zegt ze – maar ze ziet het als een teken dat hun relatie serieus wordt.

Drama

Hoe langer ze met elkaar omgaan, hoe meer problemen er opduiken. Richie zegt vaak dat hij ‘niet aan drama doet’, maar het drama lijkt hem toch te achtervolgen. Het is alsof elk appje van hem weer een nieuwe ramp aankondigt. Hij moet zijn dochter Sarah naar een afkickkliniek brengen; hij moet zijn geliefde shih tzu Thumper laten inslapen. Richie heeft terugkerende medische problemen, overgehouden aan zijn diensttijd en Missi moet hem continu bij het ziekenhuis afzetten of ophalen. Hij zegt telkens plannetjes af, of komt gewoon niet opdagen als hij ergens wordt verwacht. Elke keer als Missi er genoeg van krijgt – waarom ben ik eigenlijk uit een beroerd huwelijk gestapt, als ik deze beroerde relatie ervoor in de plaats krijg? – is er weer een nieuwe tragedie (zijn moeder is gestorven, hij krijgt een motorongeluk), en dan laat ze zich weer vermurwen.

Op een dag begin augustus kijkt Missi uit een ondefinieerbaar voorgevoel stiekem in Richies portefeuille. Daarin zit een identiteitsbewijs van de staat Minnesota. De foto is onmiskenbaar van Richie, alleen de naam is heel anders: Derek Mylan Alldred. In de portefeuille zitten ook creditcards op naam van ene Linda. De moed zinkt Missi in de schoenen. Ze heeft al een tijdje een zeurend gevoel dat er iets niet klopt in hun relatie, maar die gedachte heeft ze steeds van zich afgezet omdat vindt dat ze niet zo wantrouwig moet zijn. De raadselachtige dingen in zijn portefeuille lijken te bevestigen dat Richie verwikkeld is in een of andere vorm van bedrog, al kan ze nog niet alle details daarvan overzien.

Als Missi ‘Derek Alldred’ googelt, komen er een stuk of vijf politiefoto’s van Richie/Derek op, en ook nieuwsberichten met onheilspellende koppen erboven, zoals ‘zwendelaar’ en ‘lange geschiedenis van bedrog’. Missi gaat op de bank zitten en leest langzaam, woord voor woord elk artikel dat ze kan vinden: Derek Alldred is met een vrouw getrouwd, heeft gedaan alsof hij de maandelijkse kosten voor hun huis betaalde en is vervolgens verdwenen toen de bank het huis opeiste. Derek Alldred heeft zich voorgedaan als chirurg, is met een vrouw en haar twee dochters ingecheckt in het chique Saint Paul Hotel, heeft de rekening laten oplopen tot bijna tweeduizend dollar en toen zonder te betalen het hotel (en de vrouw) verlaten.

Al lezend voelt Missi zich misselijk worden, alsof haar lichaam protesteert tegen de gedachte dat haar vriend geen wetenschapper en oorlogsheld is, maar een seriezwendelaar. En die creditcards in zijn portefeuille blijven door haar hoofd spoken: ‘Er moet verdorie nog iemand zijn die de pineut is,’ denkt ze. Het kost enig speurwerk, maar uiteindelijk lukt het haar om Linda te achterhalen op Facebook. Ze stuurt haar een bericht: ‘Je denkt vast dat ik gestoord ben,’ begint het.

De 46-jarige Linda Dyas ziet Missi’s bericht terwijl ze in het huis is dat ze deelt met Rich Peterson, die nu zeven maanden haar vriend is. Linda, een lange, blonde vrouw die altijd vol grapjes zit, heeft een nare scheiding achter de rug als ze Rich leert kennen op NoTime.com, en hij lijkt bijna te mooi om waar te zijn: een christelijke ex-militair, conservatief, net als zij. Als de ober bij hun eerste afspraakje hun borden op tafel heeft gezet, doet Rich zijn ogen dicht en zegt een prachtig gebed op. ‘Toen was ik helemaal verkocht,’ vertelt Linda in een wijnbar in St. Paul waar we hebben afgesproken. ‘Daar zat ik, op een eerste afspraakje, en hij gaat gewoon bidden in een restaurant. Het was zo ontroerend.’ Linda is verliefd. ‘Tot over mijn oren, wat denk je?’ zegt ze. ‘Binnen twee weken was hij voortdurend bij mij over de vloer.’

Na een paar maanden verliest Linda haar baan bij een financiële dienstverlener, maar Rich geeft haar het gevoel dat het niet erg is. Hij vindt een huurhuis in een chique voorstad van St. Paul, een huis dat ze zich in haar eentje nooit zou kunnen veroorloven, en zij en haar zesjarige zoon trekken erin. Linda hangt haar kleren naast de marine-uniformen van Rich; hij hangt de ingelijste oorkondes voor zijn verdiensten als militair – een Purple Heart en een Silver Star – aan de muur. Op een dag stuit ze op papieren van een spaarrekening van honderdduizend dollar die hij stilletjes heeft afgesloten voor de studie van haar zoon, en haar hart zwelt van liefde.

Maar de laatste tijd zijn er wat hobbels in hun relatie. Rich drinkt veel en al die ritjes naar het ziekenhuis – volgens hem vanwege de gevolgen van zijn oorlogsverwondingen – zijn doodvermoeiend. Als Linda Missi’s bericht leest, doet ze het eerst af als kwaadwilligheid van een jaloerse ex. Maar ze heeft al een paar weken het vage gevoel dat het tussen haar en Rich niet helemaal goed zit. Als ze na een paar dagen eindelijk de links opent die Missi haar heeft gestuurd, snapt ze waarom. ‘Mijn eerste instinct was: hoe krijg ik hem het huis uit?’ vertelt ze. Dat probleem lost hij zelf voor haar op, door aan te kondigen dat hij weer zo’n pijn heeft, hij moet echt naar de eerste hulp. Linda zet hem daar af en belt op weg terug naar huis de politie. Daarna blijft ze uren op. Om drie uur die ochtend laat Derek haar weten dat hij een Uber-taxi naar huis neemt, en Linda waarschuwt de politie. Als ze door haar raam de rood-blauwe lichten ziet flitsen, stuurt ze een bericht aan Missi, om haar te laten weten dat Derek is opgepakt.

Uiteindelijk komt Linda erachter dat Derek Alldred niet alleen heeft gelogen over zijn naam, zijn baan en zijn verleden – hij heeft ook haar spaarrekening leeggehaald om zijn verzonnen leven te financieren. Al bladerend door haar bankafschriften ziet ze de puzzelstukjes op hun plaats vallen: hoe hij haar creditcard voor noodgevallen uit haar juwelenkistje heeft gestolen, nieuwe betaalpassen op haar naam heeft aangevraagd om daarmee vervolgens chique etentjes en reisjes naar Hawaï met haar en andere vrouwen te betalen; hoe hij geld uit haar pensioenpotje heeft weten te halen om de creditcardnota’s te betalen, en om een boot en twee motorfietsen te kopen, zogenaamd als cadeautje voor haar; hoe hij haar telkens vroeg om hem bij het ziekenhuis af te zetten, waar Missi hem dan weer kwam ophalen zodra zij uit het zicht was; hoe haar naam op de een of andere manier de enige naam onder het huurcontract voor het huis is en zij nu dus aansprakelijk is voor de huur die ze niet kan betalen.