The Slovak Spectator   | Bratislava  

Als je verandering wilt, moet je een officiële organisatie op de been brengen die daar dagelijks aan werkt, aldus de Hongaarse activist Márton Gulyás.

Márton Gulyás bracht in april jongstleden een bezoek aan Bratislava om een Face 
to Face-conferentie bij te wonen en te praten over de mogelijkheid om het publieke protest in fatsoenlijke banen te leiden. In een interview met The Slovak Spectator vertelt hij waarin de Hongaarse protestbeweging momenteel tekortschiet en waarom ze niet heeft kunnen voorkomen dat 
Viktor Orbán de recente Hongaarse verkiezingen met een tweederdemeerderheid won.

Hoe zou een ‘fatsoenlijk publiek protest’ eruitzien?

Voor een ontwikkelde, beschaafde samenleving zijn alleen niet-gewelddadige betogingen acceptabel. Maar als een protestbeweging het zonder officiële vertegenwoordigers, een duidelijke agenda en een vastomlijnde achterban moet stellen, kunnen mensen die aan betogingen deelnemen verder 
nergens heen. Ook al gaan er in Boedapest op dit moment honderdduizenden mensen de straat op, 
er zit geen officiële organisatie achter de betogingen die dag in dag uit aan een agenda werkt. Dat is iets wat we moeten leren van andere protestbewegingen: als je voor verandering strijdt, moet je je focussen op een officiële organisatie, of desnoods op niet-officiële groeperingen, en zorgen dat die hun voordeel kunnen doen met de massale betogingen. Verandering bereik je alleen als je je daar elke dag voor inzet.