Nautilus | New York

De enorme populariteit van mindfulness baart wetenschappers zorgen. ‘Sommige populaire meditatiepraktijken doen meer kwaad dan goed.’

Mindfulness is erg populair. Is dat reden 
tot zorg? Carl Erik Fisher denkt van wel. Fisher is professor klinische psychiatrie aan de Columbia-universiteit en psychotherapeut. In zijn therapiesessies maakt hij gebruik van meditatietechnieken en hij mediteert zelf ook. Toch vreest hij dat bepaalde populaire meditatiepraktijken, die verlossing zoeken in een heldere geest, de voordelen van meditatie meer kwaad dan goed doen. Recent onderzoek laat zien dat beoefenaars van mindfulmeditatie er schade van kunnen ondervinden.

‘De mindfulnesshype prent mensen in dat ze altijd strak gefocust moeten zijn op wat ze ervaren en hun geest moeten vrijwaren van invloeden en gedachten,’ aldus Fisher. ‘Maar dat is een volstrekt verkeerd beeld van waar het om gaat. Er is geen enkele traditie van mindfulness die zegt dat je je gedachten moet stopzetten. In een normale, niet-religieuze, klinische setting gaat het er alleen maar om dat je aandacht krijgt voor het hier en nu… Misschien moeten we eerst goed duidelijk maken wat mindfulness eigenlijk is, voordat we er overal op scholen en bedrijven posters over ophangen.’

Jaarlijks komen er alleen in de Verenigde Staten 1 miljoen nieuwe mediteerders bij. Willoughby Britton, directeur van het Clinical and Affective Neuroscience Laboratory van de Brown-universiteit, schreef vorig jaar in een paper: ‘Met meer dan 
twintig mindfulness-telefoonapps draagt mindfulness flink bij aan de miljardenindustrie rondom meditatie. In totaal bedient deze industrie ruim 
18 miljoen meditatiebeoefenaars.’

Meditatie-ervaringen

Eén zorg betreft de overdreven aandacht van de mindfulnessbeweging voor positieve, gezonde dingen als het reduceren van stress of angsten. Daardoor wordt meditatie een middel om mentale hygiëne 
te bereiken.

Docent positieve psychologie Tim Lomas van de University of East London en zijn collega’s ondervroegen in 2014 mannelijke beoefenaars van meditatie. Van de dertig ondervraagden had een kwart last gekregen van sterke stemmingswisselingen – sommigen hadden moeite hun gedachten en gevoelens onder controle te houden; bij sommigen verergerden depressie en angsten en weer anderen werden psychotisch. Eén jonge man, een beginner, probeerde een methode uit waarmee gevorderden hun ‘ik’ 
proberen af te breken. ‘Ik stortte in elkaar, lag op de grond te snikken,’ vertelt hij. ‘Ik ervoer heel duidelijk dat alles tijdelijk was, maar dan zonder alles daaromheen, zonder het positieve van die ervaring. Ik had een allesoverheersend gevoel van wanhoop…’ Een andere man was iets minder negatief: ‘Je houdt soms niet van jezelf, je denkt: wat een lul ben ik ook.’ De conclusie van Lomas en zijn collega’s: ‘Deze studie laat duidelijk zien dat het welzijn van beoefenaars van meditatie in het geding is, zowel in een klinische omgeving als daarbuiten.’

De ambitie van Britton en haar collega’s met hun onderzoek uit 2017 was om het hele scala aan meditatie-ervaringen nauwkeurig op te tekenen. Zij wilden daarmee recht doen aan de verschillende ‘variëteiten van contemplatieve beleving’. Deze laatste zin is wellicht een bewuste verwijzing naar William James’ beroemde boek over de religieuze ervaring. 
In hun onderzoek gingen zij uit van zeven ervaringsdomeinen, die elk weer uit minimaal vijf soorten verandering bestonden die de beoefenaars konden hebben ervaren. Hun proefpersonen – 43 procent vrouwen en 57 procent mannen, met een gemiddelde leeftijd van 48 jaar – hadden bij het mediteren veelal vreemde en zware dingen beleefd. ‘Om ook aandacht te geven aan het soort ervaringen waar in de wetenschappelijke literatuur relatief weinig over wordt gesproken’, schreven de auteurs, ‘vroegen wij expliciet ook naar ervaringen die de beoefenaars onverwacht, moeilijk, beangstigend of functioneel beperkend hadden gevonden.’