South China Morning Post | Hongkong

China heeft meer water nodig. Daarom wil het hoog in de Tibetaanse bergen een reusachtig netwerk van kleine verbrandingsovens aanleggen die de regenval moeten stimuleren.

Met behulp van geavanceerde militaire technologie probeert China een krachtig en toch relatief goedkoop systeem voor de beïnvloeding van het weer te ontwikkelen. Dat moet leiden tot een aanzienlijke toename van de neerslag op het Tibetaans Hoogland, het grootste zoetwaterreservoir van Azië. Met deze methode, een reusachtig netwerk van kleine verbrandingsovens hoog in de Tibetaanse bergen, kan de regenval in de regio volgens betrokken wetenschappers worden verhoogd met wel tien miljard kubieke meter per jaar – zo’n 
7 procent van China’s totale waterverbruik. Tienduizenden van deze ovens moeten daar de regenval 
stimuleren in een gebied van 1,6 miljoen vierkante kilometer, drie keer zo groot als Spanje: het grootste project in zijn soort ter wereld.

De ovens verstoken vaste brandstof en stoten zilverjodide uit, zoutkristallen met een op ijs lijkende structuur die wolkvorming bevorderen. De ovens staan op steile berghellingen waar de vochtige moessonwind uit Zuid-Azië tegenaan waait. Die wind kan de zilverjodidedeeltjes naar boven voeren, om wolken te vormen waar regen en sneeuw uit valt. ‘Er zijn al proeven gedaan met meer dan vijfhonderd ovens 
op berghellingen in Tibet, Xinjiang en elders. De 
uitkomst daarvan is veelbelovend,’ aldus een van 
de betrokken wetenschappers.
Het systeem wordt ontwikkeld door de China Aerospace Science and Technology Corporation, een staatsbedrijf dat ook ambitieuze nationale projecten uitvoert op het gebied van defensie en ruimtevaart, waaronder maanreizen en de bouw van een ruimtestation. Bij het ontwerp van de ovens is gebruikgemaakt van de nieuwste militaire rakettechnologie. Daardoor kunnen ze zelfs in zuurstofarme lucht op grote hoogte (meer dan vijfduizend meter) vaste brandstof met een hoge energiedichtheid efficiënt verbranden, zegt de wetenschapper, die vanwege de vertrouwelijke aard van het project niet met naam genoemd wil worden.

Watertoren van Azië

Het idee voor zo’n project is niet nieuw: andere landen, zoals de Verenigde Staten, hebben op kleinere schaal soortgelijke proeven uitgevoerd. Maar China is het eerste land dat deze technologie op zo’n grote schaal probeert toe te passen. De verbrandingsinstallaties moeten worden aangestuurd op basis van nauwkeurige meteorologische data afkomstig uit een netwerk van dertig kleine weersatellieten 
die de moessonactiviteiten in de Indische Oceaan volgen. Ter aanvulling worden voor een optimaal resultaat ook andere regenbevorderende technieken ingezet, zoals vliegtuigen, drones en artillerie.

Met zijn gigantische gletsjers en enorme ondergrondse waterreservoirs is het Tibetaans Hoogland, ook wel de watertoren van Azië genoemd, de bron van de meeste grote rivieren in dit werelddeel, waaronder de Gele Rivier, de Jangtsekiang, de Mekong, de Salween en de Brahmaputra. Die rivieren, die door China, India, Nepal, Laos, Myanmar en nog enkele landen stromen, zijn van levensbelang voor bijna de helft van de wereldbevolking. En omdat overal op het continent tekorten heersen, wordt het Tibetaanse Hoogland ook gezien als een mogelijke bron van 
conflicten tussen de verschillende landen die hun watertoevoer veilig willen stellen.

Hoewel er dagelijks grote hoeveelheden waterrijke luchtstromen over het plateau trekken, is het een van de droogste plekken op aarde. Op de meeste 
plekken valt nog geen 10 centimeter regen per jaar: 
een gebied waar jaarlijks minder dan 25 centimeter regen valt is volgens de definitie van de Amerikaanse geologische dienst een woestijn.