El País | Madrid

Begin dit jaar werd het werk van de Spaanse kunstenaars Santiago Sierra tot grote ontsteltenis verwijderd van de kunstbeurs ARCO omdat leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging als politieke gevangenen werden afgebeeld.

De productie van de kunstenaar Santiago Sierra (Madrid, 1966), die gisteren voor de zoveelste keer het middelpunt van een 
controverse werd, valt in drie categorieën uiteen: werken in privécollecties, werken in openbare 
collecties en polemische werken. Wat er op de 
Internationale Beurs voor Hedendaagse Kunst in Madrid met zijn werk ‘Politieke gevangenen in het hedendaagse Spanje’ gebeurde is een nieuwe episode in zijn creatieve carrière, die gekenmerkt wordt 
door steeds terugkerende provocaties.

Misschien het eerste werk dat negatieve reacties binnen en buiten de kunstwereld opriep was ‘Lijn van 30 cm getatoeëerd op iemand die ervoor betaald werd’ (Mexico, 1998). Het was het begin van een reeks performances waarvoor de kunstenaar betaalde: mensen die zich lieten tatoeëren, die een korte tekst van buiten leerden of die voor 20 dollar (16 euro) voor de camera masturbeerden. Wat de kunstenaar wilde was kanttekeningen plaatsen bij onze omgang met arbeid en onderzoeken hoe ver mensen bereid zijn 
te gaan voor geld, maar de manier waarop hij dat deed zette kwaad bloed in de kunstwereld, die meer geporteerd is voor subtiele metaforen in werken 
met een politieke lading.

Sierra overschreed de grens van het betamelijke nog verder toen hij in 2000, in San Juan, Puerto Rico, twee heroïneverslaafden een lijntje heroïne betaalde om een 10 centimeter lange strook op hun hoofd 
kaal te mogen scheren. Daarna waren nog maar 
weinigen verbaasd over zijn installatie op de Biënnale van Venetië in 2003, ‘Afgedekt woord’ genaamd, waarmee hij de toegang tot het Spaans paviljoen afsloot voor iedereen die geen Spaanse legitimatie kon tonen. Daarmee wilde hij de Europese immi-
gratiepolitiek aan de kaak stellen, tot grote verontwaardiging van veel bezoekers, inclusief Spanjaarden.

De woedende reacties op zijn werk hebben Santiago Sierra er niet van weerhouden op dezelfde voet verder te gaan. In 2006 verbood de Duitse stad 
Pulheim zijn installatie ‘245 kubieke meters’, een nagebouwde gaskamer in een synagoge die dienstdeed als cultureel centrum. Het werk verwees 
volgens de kunstenaar naar ‘de geïndustrialiseerde en geïnstitutionaliseerde moord op Europeanen, in het verleden en in het heden’.

‘Het is allemaal je reinste waanzin, maar het schijnt volkomen normaal te zijn. Niemand kijkt er nog van op. Vervolging op grond van overtuiging is genormaliseerd’