Il Manifesto   | Rome

De nieuwe wanorde, zo kenschetste Il Manifesto het ongekende karakter van de institutionele en politieke chaos die zich na de uitslag van de Italiaanse verkiezingen als een olievlek verspreidde. Maar die kop was meer dan een momentopname, en heeft met het aantreden van de regering-Conte zeker niet aan actualiteit ingeboet.

De dubbele historische verwijzing – naar de fascistische Nieuwe Orde, maar ook naar Nieuwe Orde van de Italiaanse communist Antonio Gramsci [historisch gezien ontstond de Nieuwe Orde bij de linkerzijde, en stond ze voor een verlangen naar politieke structuurhervormingen] – heeft enerzijds betrekking op de verkiezingen afgelopen maart, die binnen het regeringscentrum tot een reeks zenuwcrisissen hebben geleid. Anderzijds verwijst zij ook naar het nieuwe karakter van de politieke macht. Wat in de honderd dagen van crisis na de aardverschuiving gaandeweg is samengesmolten tot zoiets als ‘de macht’, is wellicht meer dan een simpel provisorisch verbond. Misschien is het de kiem van een nieuwe metamorfose van het ‘populisme van het derde millennium’, waarover politicologen uit de halve wereld zich sinds Brexit en Trump het hoofd breken. Misschien is het zelfs een nieuwe genetische mutatie: door heterogene ‘populismen’ in éénzelfde mal te gieten, is Italië wellicht het laboratorium geworden van de wereldwijde democratische crisis.

Vergissing

Degenen die zich denigrerend uitlaten over de coalitie van Lega Nord en de Vijfsterrenbeweging en er etiketten op plakken als ‘roodbruine alliantie’ en ‘Grillo-fascistisch verbond’ – maken een vergissing. Die komt voort uit geestelijke luiheid en uit de weigering in te zien dat we te maken hebben met een ongekend politiek fenomeen, niet zozeer geworteld in de huidige politieke cultuur als wel in het uiteenvallen van de sociale orde. Anders zouden we moeten concluderen waarom de meerderheid van de Italianen – bijna zestig procent – plotseling ‘fascist’ is geworden. En zou het heel moeilijk te begrijpen zijn waarom het electoraat van de Lega zich zo gemakkelijk heeft neergelegd bij een verbintenis met de anarcho-libertarische volgelingen van Grillo – en vice versa.

Misschien zou Benjamin Arditi ons een handje kunnen helpen, een briljante Latijns-Amerikaanse politicoloog die voor het populisme van het ‘derde millennium’ de metafoor van ‘de ongewenste gast’ heeft gebruikt: een heerschap dat tijdens een diner te veel drinkt, geen goede tafelmanieren in acht neemt, lomp is, te hard praat en hinderlijk probeert te flirten met de echtgenotes van de andere gasten. Hij is onaangenaam en ‘niet op zijn plek’, maar zou zich ook ‘een of andere waarheid over de liberale democratie’ kunnen laten ontvallen, ‘bijvoorbeeld dat die haar fundamentele ideaal heeft verwaarloosd: de volkssoevereiniteit’. Dat is de eerste karakteristieke eigenschap van het new populism: het vindt zijn oorsprong bij een deel van het electoraat heersende gevoel dat het is ingehaald door elders genomen besluiten en dat het de eigen democratische zeggenschap is kwijtgeraakt. En boosheid daarover vinden we terug in alle geledingen van de maatschappij, van rechts tot links.

De tweede factor is de ‘ontbinding van alle volkeren’. Het mag paradoxaal lijken, maar in het zogeheten ‘ongebreideld populisme’ is het volk ver te zoeken. In de massa die op 4 maart naar de stembureaus ging, bevindt zich niet langer het ‘volk van links’, maar (nu de Lega van Salvini een nationale partij is geworden) ook niet het ‘Padaanse volk’ [uit de Po-vallei] evenmin als het ‘krijg-de-klere-volk’ (nu Vijf Sterren-voorman Di Maio de gedaante heeft aangenomen van een brave regeringsleider): het is een mengeling van alle drie. Ook zijn de sporen goed zichtbaar van de ‘Italiaanse populismen’: het telepopulisme van Berlusconi, daarna het cyberpopulisme van Grillo en tot slot en het populisme van de regering-Renzi. En die allemaal samen lijken nu naar één punt te vloeien: een grote smeltkroes op het vuur van een volk dat verder geen identiteit heeft.