El Mundo | Madrid

Hoe de leider van de Spaanse Socialistische partij, die ten dode was opgeschreven, zich in een jaar tijd ontpopte tot de politicus die het kabinet van premier Rajoy omver heeft geworpen.

In januari 2013 kreeg Pedro Sánchez een telefoontje. Hij was op weg naar Huesca, zijn vrouw zat achter het stuur. Cristina Narbona zou de Tweede Kamer verlaten en iemand van de socialistische partij (PSOE) liet hem weten dat hij haar Kamerzetel kon krijgen. Nog diezelfde avond nam hij het besluit. ‘Als ik de Tweede Kamer inga wil ik het maximale eruit halen, als ik terugkeer ga ik het groots aanpakken,’ zei Sánchez tegen zijn vrouw Begoña Gómez. Hij besloot zich kandidaat te stellen voor de lijsttrekkersverkiezingen van de PSOE. Daar begon zijn reis naar de macht.

Het was geen gemakkelijke tocht. ‘Ik heb hard moeten buffelen,’ krijgen journalisten altijd te horen. Niets wat Sánchez in de politiek aanpakte lukte meteen. Bij de verkiezingen in 2008 stond hij voor Madrid op de eenentwintigste plek van de kandidatenlijst van de PSOE, maar hij haalde het niet. Een jaar later kreeg hij de vrijgekomen Kamerzetel van Pedro Solbes en stelde zich opnieuw verkiesbaar in 2011, maar ook toen greep hij naast het pluche. Pas twee jaar later bood het vertrek van Narbona Sánchez een nieuwe kans.

Politieke wonderboy

Zijn tocht naar het premierschap verliep ongeveer net zo. In december 2015 tekende lijsttrekker Sánchez voor het slechtste resultaat dat de PSOE ooit had gehaald bij algemene verkiezingen: negentig parlementsleden. Toen er vanwege een mislukte kabinetsformatie een halfjaar later opnieuw verkiezingen werden uitgeschreven raakte de partij onder zijn leiding nog verder in het slop. Met pijn en moeite wisten de socialisten 85 zetels binnen te slepen, het aantal zetels waarmee Sánchez wil regeren nu premier Rajoy een motie van wantrouwen niet heeft overleefd. Het maakt de kersverse premier weinig uit. Hij staat inmiddels bekend als een doorbijter, gehard door de ongezouten kritiek die hij van zijn partijgenoten te verduren heeft gekregen.

Twintig maanden nadat hij door zijn eigen partij was platgewalst keert Sánchez nu terug naar het parlement met een fractie die dit keer met ijzeren hand door hem wordt geleid en die haar euforische stemming nauwelijks weet te verbergen. Niemand betwist zijn status van de politieke wonderboy meer die zich in een jaar tijd van een politiek leider die ten dode was opgeschreven heeft ontpopt tot de politicus die het kabinet van premier Rajoy omver heeft geworpen.

‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik niet ambitieus ben, maar ik ben niet iemand die zich door ambitie laat verblinden,’ zei hij aan de vooravond van de laatste verkiezingen. Wraak op de socialisten die hem een mes in zijn rug staken, kwam in drievoud: hij is premier geworden, is een alliantie aangegaan met Podemos en hij heeft de steun van de Catalaanse independistas. Zijn overwinning is het resultaat van een lange en pijnlijke weg.