New Scientist | Londen

Wetenschappers komen steeds meer te weten over dromen. Waarom zijn ze bijvoorbeeld zo vreemd? En dromen mannen en vrouwen anders? New Scientist zet de laatste inzichten op een rij.

Dromen zijn zo vreemd en voor ons zo betekenisvol dat we vaak de behoefte hebben ze aan anderen te vertellen, soms op het langdradige af. Maar als je weet wat er in het brein gebeurt tijdens het dromen, begint het veel zinniger te worden, en kan het interessantere gespreksstof opleveren dan wanneer je simpelweg je hart uitstort over de avonturen die je hersenen ’s nachts meemaken. Je vrienden zullen je dankbaar zijn. Dromen zijn veel belangrijker dan je zou denken – en we lijken er steeds minder te krijgen. Laten we het dus eens hebben over een paar algemene vragen over de nachtelijke hallucinaties die we dromen noemen.

1. Waarom zijn dromen zo vreemd?

Er is een goede reden waarom dromen zo grillig en eigenaardig zijn. Herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen in het leven – de zogenaamde episodische herinneringen – worden opgeslagen in het deel van de hersenen dat de hippocampus heet, en tijdens de Rapid Eye Movement (REM)-slaap worden signalen uit de hippocampus stopgezet. Dat betekent dat we, als we dromen, geen toegang hebben tot specifieke herinneringen aan dingen die in het verleden hebben plaatsgevonden.

Maar we hebben wel toegang tot algemene herinneringen aan mensen en plekken die de ruggengraat van onze dromen vormen. Tegelijkertijd wordt activiteit in hersengebieden die van doen hebben met emotionele processen geprikkeld, waardoor een overdreven emotioneel verhaal wordt gevormd dat die herinneringen aan elkaar rijgt.

Heb wat geduld en laat me een van mijn recente dromen als voorbeeld gebruiken. Ik droomde dat het huis waarin ik ben opgegroeid omringd was door water; ik moest proberen het raam uit te vliegen om te ontsnappen, maar ik was vergeten hoe ik moest vliegen. Het overweldigende gevoel was emotie – angst en vrees over het stijgende water en mijn onmacht om te vliegen.

Een ander deel van de hersenen, de dorsolaterale, prefrontale cortex die ons vermogen tot zowel logisch redeneren als het nemen van beslissingen regelt, is ook stilgelegd. Ik vraag me dus niet af waarom het water zo snel stijgt en ook niet waarom ik terug ben in mijn ouderlijk huis, en zelfs niet waarom naar de vrijheid vliegen een optie is.

Dit verschil in hersenactiviteit vergeleken met die in wakende toestand, helpt de vraag te beantwoorden waarom we het gevoel hebben dat we zo weinig controle hebben over onze dromen – we zijn toeschouwers, voor de gezelligheid meegegaan – en waarom we pas als we wakker worden vreemd opkijken van al die eigenaardige dingen. In mijn dromen haal ik vaak onderwater adem, alsof dat volslagen normaal is.