Die Welt   | Berlijn

Voordat er van integratie sprake kan zijn moeten moslimorganisaties de grondwet erkennen en, zo schrijft Die Welt, hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen.

De positie van de islam in Europa is omstreden. Sommigen – vooral toonaangevende politici in Duitsland – zeggen dat de islam, alleen al getalsmatig, deel uitmaakt van Europa. Volgens anderen geldt dat alleen voor seculiere moslims. In Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Nederland en ook de andere West-Europese landen is in de laatste vijftig jaar het aantal moslims, moskeeën en bijbehorende organisaties verveelvoudigd. Arbeidsmigratie en immigratie uit voormalige koloniën of van vluchtelingen stellen enorme eisen aan het integratievermogen van de ontvangende samenlevingen. De culturele integratie van met name de moslimmigranten is grotendeels mislukt. Parallelle samenlevingen en rechtssystemen, onderwijsachterstanden, hoge werkloosheid tot en met fundamentalisme en religieus gefundeerd terrorisme bepalen de agenda. De pogingen om de islamitische organisaties te betrekken in een maatschappelijke discussie blijven, zoals duidelijk werd aan de hand van de Duitse islamconferentie, in de aanzet steken. Vooral omdat het de vertegenwoordigers van de islam er in wezen slechts om te doen was dat hun groepsbelangen de maatschappelijke norm zouden worden. Er werd in alle ernst drie jaar lang gediscussieerd over de vraag of van islamitische organisaties mag worden verwacht dat ze de prioriteit van de grondwet boven de Koran, dus boven Alla’s wetten, als bindend erkennen.

Nu heeft de Franse president Emmanuel Macron een nieuwe aanzet gegeven om de islam in Frankrijk te integreren. Hij wil nog dit jaar een plan presenteren dat ‘het fundament voor de volledig nieuwe inrichting van de islam in Frankrijk moet leggen’. In een interview met de Le Journal du Dimanche zei hij dat hij er op alle niveaus aan werkt ‘om opnieuw te ontdekken wat de kern van het secularisme uitmaakt: de mogelijkheid de gelegenheid te hebben om te geloven, maar ook om niet te geloven’. Het plan, waarvan de bijzonderheden nog niet zijn uitgewerkt, moet meerdere dingen regelen. De moslims moeten zich zo organiseren dat de staat een verantwoordelijke partner heeft die aangesproken kan worden. Macron wil een morele autoriteit instellen, zoiets als een ‘groot-imam’ voor Frankrijk. Deze moet, net als het door Napoleon georganiseerde Grand Sanhedrin, de Franse grondwet als bindend erkennen. Blijkbaar gaat de president ervan uit dat de moslims in Frankrijk in de Franse raad voor het islamitisch geloof vertegenwoordigd zijn.

Invloed verminderen

Eén probleem zal zijn dat in Frankrijk, net als in Duitsland, slechts een klein deel (ongeveer 10 procent) van de moslims is vertegenwoordigd in moskeeverenigingen. Ten tweede wil men ‘de invloed van Arabische landen verminderen’. Dat betekent dat een einde gemaakt moet worden aan de financiering van de moskeeën en koranscholen uit de Maghreb, Saoedi-Arabië of Turkije. Ook moeten de financiële zaken van de moskeeën – men gaat er blijkbaar van uit dat via de moskeeën een soort financiële zwarte markt wordt georganiseerd – transparant worden. Het financiële tekort moet dan via een ‘halal’-belasting, een belasting op islamconforme producten, gecompenseerd worden. Daarmee moet dan ook de imamopleiding in Frankrijk gefinancierd worden, zodat er niet, zoals in Duitsland, honderden imams vanuit het buitenland komen. Zulke plannen zijn hier theorie, want de moskeeverenigingen laten tot op heden de aan Duitse universiteiten opgeleide imams links liggen en engageren liever voorgangers uit Turkije of Saoedie-Arabië.

Macrons plannen worden bij de Franse islamorganisaties enerzijds met instemming ontvangen, hun wordt immers maatschappelijke erkenning in het vooruitzicht gesteld, maar anderzijds wijzen ze invloed van de overheid op de imamopleiding resoluut af. Ook een mogelijke halalbelasting stuit op afwijzing. En de Franse islamorganisaties komen niet op het idee zichzelf of hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen en aan te zetten tot hervormingen.

De Duitse politiek heeft – als we uitgaan van het regeerakkoord van de grote coalitie – geen plan hoe in de toekomst om te gaan met de Islam. De islamconferentie heeft een jaar geleden een laatste levensteken gegeven. Ook het initiatief van de CDU-politicus Jens Spahn, in dezelfde geest als Macrons plan, verdween een jaar geleden meteen weer in de vergetelheid. Of de Franse president succesvoller zal zijn, blijft afwachten.