360 | Amsterdam

Tenzij er een moord gepleegd wordt – en dat komt in die contreien nogal eens voor – kunnen we er gemakshalve van uitgaan dat Andrés Manuel López Obrador (AMLO in de 
volksmond) zondag aanstaande tot president gekozen zal worden van 31 Mexicaanse staten, van Mexico.

Dat is om tal van redenen bijzonder. In een slordig, vrijwel niet bijgehouden persoonlijk archief vind ik een interview daterend uit 1997. Cuauhtémoc Cárdenas, van de oppositiepartij PRD (Partij van de Democratische Revolutie), was net beëdigd als de eerste rechtstreeks gekozen burgemeester van Mexico-Stad. Hij kreeg 47 procent van de stemmen. Kandidaat van de sinds 1929 regerende Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI) bleef steken op 25 procent. Groot nieuws, een beetje 
vergelijkbaar met de situatie waarin politiek Mexico zich nu bevindt. López Obrador was partijvoorzitter van de PRD. 
Hij deed zelf de deur open, lees ik terug, en drukte me een plastic bekertje koffie in de hand. ‘Zwart colbert met te grote gouden knopen. Geruit overhemd.’ Het zinderde in het 
verveloze hoofdkwartier van de winnaars. Bijna zeventig jaar ‘perfecte dictatuur’ verbroken. En er was voor het eerst een democratisch debat gevoerd over de begroting, terwijl een Mexicaanse president of zijn ministers nooit verantwoording hoefden af te leggen over wat zij van plan waren of wat ze juist achterwege lieten.

Wacht eens even, zat ik hier desondanks tegenover een potentiële kandidaat?