Arti Gerçek   | Hamburg  

De Koerdische partij HDP haalde de kiesdrempel, en zorgde er zo voor dat de AKP van Erdogan geen absolute meerderheid kreeg in het parlement. Dit ondanks een gerichte campagne om Koerdische kiezers bij de partij weg te trekken.

In deze verkiezingscampagne scherpen de journalisten van Erdogan en zijn AKP hun pennen om het Koerdische electoraat ervan te overtuigen dat ze op de AKP moeten stemmen. Maar omdat ze geen enkel geldig argument hebben, laten ze het wel uit hun hoofd om de regeringspartij op te hemelen. Ze richten liever hun pijlen op de HDP [pro-Koerdische partij] en de CHP [sociaal-democratische oppositiepartij].

De strategie die de AKP heeft ontwikkeld en die Erdogan op al zijn verkiezingsbijeenkomsten volgt, is tweeledig. Eerst worden de HDP en haar presidentskandidaat Selahattin Demirtas, die momenteel gevangenzit, zwartgemaakt door te beweren dat zij de Koerden absoluut niet vertegenwoordigen, uit zijn op geweld en vijanden van de democratie zijn. En dat ze de opkomst van concurrerende politieke partijen binnen het Koerdische electoraat verhinderen met bedreigingen en intimidaties. Ten tweede moeten de Koerdische kiezers ervan worden overtuigd dat de CHP geen geloofwaardig alternatief is, door eraan te herinneren dat er in de jaren dertig een bloedbad werd aangericht onder de Koerden toen de partij aan de macht was.

Geweld tegen Koerden

Maar laten we de balans eens opmaken van de afgelopen drie jaar en de houding van de AKP ten aanzien van de Koerdische bevolking, om te begrijpen wat er werkelijk aan de hand is. Bij de verkiezingen van 7 juni 2015 bleek dat de hegemonie van de AKP ten einde was en haalde de HDP voor het eerst de kiesdrempel. Erdogan heeft er toen voor gekozen het land in chaos te storten door het vredesproces met de Koerden te saboteren, om in november 2015 vervoegde verkiezingen te kunnen uitschrijven. Op 20 juli van datzelfde jaar kwamen dertig jonge vrijwilligers, die wilden helpen bij de wederopbouw van de Syrische stad Kobane, om bij een aanslag in Suruç, vlak bij de Syrische grens, na de nederlaag van IS. Na het bloedbad werden twee politieagenten onder verdachte omstandigheden vermoord. Deze dubbele moord verschafte de AKP het langverwachte alibi om de legerbases van de PKK [Koerdische gewapende beweging] in Irak weer te gaan bombarderen en een einde te maken aan het lopende onderhandelingsproces. Daarna is het geweldsniveau alleen maar gestegen en zijn de anti-Koerdische aanvallen toegenomen, tot de aanslag op het station van Ankara van 10 oktober 2015, waarbij meer dan honderd HDP-aanhangers omkwamen.

De AKP kreeg de smaak van het geweld te pakken. Ze begreep dat de angst proportioneel toenam, wat haar in staat stelde haar macht te versterken en geleidelijk een echte autocratie in te voeren. En toen deed zich de couppoging van 15 juli 2016 voor die door Erdogan gekwalificeerd werd als een ‘geschenk van God’. Het staatshoofd wees met de vinger naar de HDP, die echter niets met de couppoging te maken had, en heeft de haat tegen Demirtas, die sinds november 2016 in de gevangenis zit, aangewakkerd. De tientallen gemeenten die bestuurd werden door de HDP werden haar ontnomen en onder de controle geplaatst van bewindvoerders die direct door de staat waren benoemd. Duizenden politici, burgemeesters, afgevaardigden, militanten, journalisten en universitair medewerkers werden achter de tralies gezet.