El País | Madrid

Het geteisterde Mexico kiest op 1 juli een nieuwe president. Alles wijst erop dat onafhankelijk kandidaat Andrés Manuel López Obrador de verkiezingen gaat winnen. Nu maar hopen dat hij de remedie is tegen achttien jaar rampspoed.

Meer dan 200.000 doden 
in twaalf jaar, ten minste 70.000 vermisten en honderdduizenden die van huis en haard verdreven zijn: dat is het resultaat van de drugsoorlog die president Felipe Calderón in december 2006 afkondigde en die door Enrique Peña, de huidige regeringsleider, is voortgezet – al wil hij dat tot op de dag v
an vandaag niet erkennen.

Boven op deze huiveringwekkende cijfers, een burgeroorlog waardig, komen nog de corruptie in alle geledingen van de maatschappij (zo’n tien gouverneurs van deelstaten zitten gevangen of zijn voortvluchtig), een stuitende ongelijkheid en een rechterlijke macht die volledig bankroet is en slechts 3 procent van alle misdrijven behandelt, waarbij het in nauwelijks 10 procent van de gevallen tot een klinkend vonnis komt.

Dat is de pijnlijke rekening die onze gemankeerde democratie presenteert, een democratie die –op zijn minst symbolisch – in het jaar 2000 het licht zag met de verkiezing van Vicente Fox, de eerste president van de oppositie in bijna zeventig jaar. De rekening, dus, van de regeringen gevormd door de Partido Acción Nacional (PAN) en de Partido Revolucionario Institucional (PRI) [de partij die tussen 1929 en 2000 onafgebroken over Mexico regeerde], beide – althans in deze regeerperioden – gehuld in het kleed van een vrijwel identieke centrum-rechtse ideologie. Dat deze coalitie door haar meest verstokte vijanden, zoals kandidaat Andrés Manuel López Obrador [beter bekend als AMLO of El Pejelegarto, een hagedisvis], wordt aangeduid met het acroniem PRIAN – of met de veel bijtender kwalificatie ‘de regeringsmaffia’ – is niet zozeer verkiezingsretoriek als wel het gevolg van een beleid dat ons land in een kerkhof heeft veranderd, dat het vertrouwen in de overheid en haar instellingen volledig heeft ondermijnd en dat ertoe heeft geleid dat de Gini-coëfficiënt van Mexico – de statistische maatstaf voor de ongelijkheid in een land – een van de hoogste in de wereld is.

Het zal dan ook niemand verbazen 
als de verkiezingen van dit jaar een dubbele afstraffing worden van de PAN en de PRI, het tweekoppige wezen dat Mexico in deze chaos heeft gestort. Elke kandidaat die zich vierkant tegen de status quo keert, zal bij de meeste kiezers gehoor vinden. Want Mexico is, hoewel elke kandidaat het in alle toonaarden zal ontkennen, geen normaal land, maar een puinhoop die zich, dankzij de florerende economie en de stuwkracht van de grote steden, als 
een opkomende macht kan presenteren. Wie niet beseft dat in 2018 woede en gebrek aan vertrouwen de voornaamste sentimenten zijn waardoor het electoraat zich laat leiden, kent dit land niet, maar verkeert in de waan 
die door de officiële media wordt voorgespiegeld.

Onafhankelijk kandidaat Andrés Manuel López Obrador, voormalig burgemeester van Mexico-Stad, doet voor de derde keer een gooi naar het presidentschap. Alles wijst erop dat hij de nieuwe president van Mexico zal worden. – © Marco Ugarte / AP