DailyO   | Noida

De invloed van Indiase hindoenationalisten reikt steeds verder, schrijft politica en ondernemer Shamli Prakash. In schoolboeken wordt de rol van moslims en seculiere hindoes weggemoffeld.

De geschiedenis is, als het goed is, gebaseerd op feiten en op alle informatie die voorhanden is. Maar natuurlijk interpreteert 
de geschiedenis die feiten ook – het is een verhaal dat gekleurd wordt door 
de auteur. Winston Churchill deed de gevleugelde uitspraak: ‘De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars.’ En inderdaad, het zijn meestal de overwinnaars die bepalen welke versie van de waarheid de geschiedenisboekjes haalt.

Maar aan Churchills adagium ontbreekt nog iets: die overwinnaars herschrijven de geschiedenis vaak ook. Ondanks wreedheden als de Bengaalse hongersnood van 1943 [veel historici ontkennen de Britse verantwoordelijkheid] leren veel Britten nog steeds dat de Britse heerschappij over India een gunstige invloed had. Ook in veel andere landen heeft het geschiedenisonderwijs een verborgen agenda. 
Chinese scholen tonen Mao in een positief licht, ondanks zijn totalitaire en inhumane beleid. Amerikaanse scholen vertellen de geschiedenis van zwarte Amerikanen op zijn best oppervlakkig.

Toch is India sinds de onafhankelijkheid [in 1947] gevrijwaard gebleven 
van dit soort verdraaiingen van de waarheid. Tot voor kort althans.

Indoctrinatie

Sinds een paar jaar worden aanhoudende pogingen gedaan om sommige hoofdstukken van de Indiase geschiedenis te herschrijven. Deze campagne is grotendeels het project van extremistische Hindutva-groeperingen 
[een nationalistische hindoe-ideologie die ook premier Modi aanhangt]. Het 
is niet een-twee-drie duidelijk wat zij beogen, maar elke weldenkende burger zou zich zorgen moeten maken. De in de geschiedenisboeken doorgevoerde wijzigingen zijn, voor wie opgroeide in een minder irrationeel India, verbijsterend. Als voorbeeld bespreek ik hier 
het hoofdstuk ‘Modern India’s freedom struggle’ [De vrijheidsstrijd van het moderne India] uit het geschiedenisboek voor klas 12 van de Rajasthan Education Board [de staat Rajasthan 
is overwegend hindoeïstisch].

De tekst valt niet zozeer op door wat 
er staat, als door wat er niet staat. 
Systematisch wordt de rol van politici als Jawaharlal Nehru [premier van India vanaf de onafhankelijkheid 
tot zijn dood in 1964] en zelfs Sardar Vallabhbhai Patel [vicepremier van 1947 tot 1950] grotendeels verzwegen.

Wel vinden we bibliografische schetsen van een hele reeks personen die op de een of andere manier aan de Indiase vrijheidsstrijd bijdroegen (zoals Bhagat Singh, Chandrashekhar Azad, Bose, Tilak, Gandhi en natuurlijk Veer Savarkar [vader van de Hindutva-beweging], van wie vermeld wordt dat zijn geboortedag nog steeds gevierd wordt). Vrijwel niets valt daarentegen te te lezen over de rol die [de seculiere] Nehru in dit proces speelde. Je kunt van mening verschillen over de waarde van Nehru’s erfenis, maar zelfs zijn scherpste critici kunnen moeilijk zijn enorme rol tijdens de onafhankelijkheidsstrijd ontkennen. Zelfs Gandhi wordt ietwat terloops behandeld – nergens wordt hij bejubeld als een patriottisch leider 
die India grote offers bracht – lof die Savarkar wel toebedeeld krijgt.

En deze verwrongen weergave van 
historische gebeurtenissen gaat nu en dan nog verder. Bijvoorbeeld door goed gedocumenteerde feiten verkeerd te vermelden; zo valt te lezen dat Maharana Pratap [koning van de hindoeregio Mewar] in de veldslag bij Haldighati Akbar [moslim-mogol die verlichte ideeën had over religie] versloeg.