The Guardian | Londen

Door een megafusie tussen het Italiaanse Luxottica (monturen) en het Franse Essilor (lenzen) ontstaat een brillenreus zoals de wereld nog nooit gezien heeft.

Als je net als ik al jaren een bril draagt, kan het een verrassing zijn om te ontdekken dat je de wereld alleen kunt waarnemen dankzij een klein aantal gigantische bedrijven waarvan je nog nooit hebt gehoord. Je hebt al genoeg andere dingen om over te piekeren: dat je ’s nachts op de snelweg minder begint te zien, dat woorden van het papier af glijden en dat je om de zo veel tijd een fortuin kwijt bent aan de opticien. En brillen zijn vreemde dingen. Weinig gebruiksvoorwerpen in onze samenleving zijn zowel een medisch hulpmiddel dat je liever niet nodig hebt als een modeaccessoire dat je niet wilt missen.

Een bril kopen is, althans in mijn ervaring, een spannende exercitie. Je begint in een donker hok waar je naar vage letters tuurt en mijmert over de aftakeling van je visuele cortex, en eindigt in een galerieachtige, felverlichte open ruimte waar je vederlichte monturen in de hand houdt, braaf naar adviezen luistert, meer betaalt dan je van plan was en je erop verheugt om als een nieuwe, net iets knappere versie van jezelf de deur uit te lopen.

Dat zijn de sentimenten waar de brillenindustrie (wereldwijde omzet: honderd miljard dollar) op rust. ‘Romancing the product’ noemen ze dat traject van het donkere hok van de oogmeting naar de hippe winkelruimte met de peperdure monturen. Het percentage oogmetingen dat in een aankoop resulteert, het ‘vangstpercentage’, ligt voor de meeste opticiens rond de 60 procent. In de twintigste eeuw heeft de brillensector er alles aan gedaan om van een lichamelijk gebrek een modestatement te maken. Al doende merkten de winkeliers dat we voor iets dat je voor een paar euro kunt maken (zelfs de kostprijs van de duurste bril is inclusief glazen hooguit een euro of vijfendertig) met liefde – met méér liefde zelfs – tien tot twintig keer zo veel betalen. ‘De marges,’ vertrouwde één oudgediende me toe, ‘zijn schandalig.’ Mary Perkins, medeoprichter van Specsavers, is de eerste vrouwelijke selfmade miljardair in Groot-Brittannië.

Vorig jaar hadden de twee bedrijven een gezamenlijk klantenbestand dat qua omvang het midden houdt tussen dat van Apple en dat van Facebook, maar zonder het gedoe en de media-aandacht die met hun naamsbekendheid gepaard gaan