Le Devoir   | Montréal

Het conflict tussen Canada en Saoedi-Arabië over de arrestatie van enkele burgerrechtenactivisten loopt hoog op. De Canadese krant Le Devoir hoopt dat premier Trudeau zich niet laat intimideren en vasthoudt aan het principe dat de mensenrechten 
een universeel goed zijn.

De arrogante reactie van Saoedi-Arabië op de verwijten uit Canada laat zien hoe oppervlakkig de signalen zijn van de hervormingen en openheid waarnaar prins Mohammad bin Salman zegt te streven. Alsof we dat niet al wisten. Een deel van de internationale media, en zeker niet het minst invloedrijke, heeft zich in de luren laten leggen door deze dertigjarige erfprins aan het hoofd van een dictatuur die volgens de Amerikaanse NGO Freedom House toch ‘een van de allerergste’ op het gebied van 
de mensenrechten is. Die dictatuur laat nu haar ware gezicht zien.

De arrestaties van Samar Badawi, de zus van blogger Raif Badawi, die al sinds 2012 gevangenzit, en haar collega Nassima Al-Sadah maken deel uit van een golf van repressie waarbij de afgelopen weken een tiental Saoedische vrouwenrechtenactivistes in de gevangenis terecht is gekomen. De aanklacht tegen hen is even zwaar als absurd: bedreiging van de nationale veiligheid en samenwerking met vijanden van de staat.

Nu Canada heeft gezegd zich ernstige zorgen te maken over deze arrestaties en heeft geëist dat alle vreedzame activisten worden vrijgelaten, wordt het bestraft door het regime in Riad. En dat grijpt meteen naar zwaar diplomatiek geschut, met de uitwijzing van de Canadese ambassadeur in Riad en de opschorting van ‘alle nieuwe zakelijke en investeringsinitiatieven’. De woede in Riad is zo groot dat het regime zelfs heeft gedreigd om de zevenduizend Saoedische burgers die in Canada 
studeren, over te brengen naar de 
Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Een ongekende en uiterst overtrokken reactie, ook al omdat zo’n maatregel in de eerste plaats schadelijk is voor de studenten zelf. Opmerkelijk: Saoedi-Arabië klaagt over ‘inmenging’ in zijn binnenlandse aangelegenheden en over ‘schending van de soevereiniteit van het koninkrijk’, maar morrelt niet aan het contract ter waarde van 15 miljard dollar, dat nog door voormalig premier Harper met het vorige regime is gesloten, voor de levering van pantservoertuigen. Nog niet tenminste.

Rug recht

Nu is het zaak dat de regering van Justin Trudeau zich niet laat intimideren en vasthoudt aan het principe dat de mensenrechten een universeel goed zijn en overal verdedigd dienen te worden, hoe de verwerpelijke Saoedische dictatuur er ook over denkt. Canada moet de rug recht houden, na de zwalkende koers rond die pantservoertuigen. In 2015 ontstond tussen Saoedi-Arabië en Zweden een vergelijkbaar diplomatiek conflict over de mensenrechten, en toen had Stockholm de moed om een lucratief defensiecontract op te zeggen en de financiële gevolgen daarvan te dragen.

Het is een schande dat dictators zich juist gesterkt kunnen voelen in hun repressieve beleid, dankzij de wapens die de westerse landen hun maar al te graag verkopen. Met de blinde steun van Donald Trump kan Saoedi-Arabië zich deze collectieve intimidatie permitteren, en zijn bondgenoten in de regio zullen zich daar ongetwijfeld graag bij aansluiten.

Maar de realiteit is dat Canada of Zweden niet in hun eentje weerstand kunnen bieden aan die dreigementen. Op den duur moet er een gezamenlijk front komen van landen die zich niet vanuit eigenbelang laten tegenhouden om druk uit te oefenen op dictaturen als die in Saoedi-Arabië. Zo ver zijn we nog lang niet, want de wapenmarkt speelt een belangrijke rol in het Nabije Oosten − en onze ‘democratieën’ doen weinig om in eigen land een alternatief voor hun bewapeningsindustrie te ontwikkelen. Om maar een voorbeeld te noemen: Saoedi-Arabië is een van 
de twee belangrijkste afnemers op militair gebied van Frankrijk, en die wapenverkoop is in 2017 explosief gestegen, terwijl iedereen op de hoogte was van de mensenrechtenschendingen in Jemen.