L’Orient-Le Jour   | Beiroet  

De Syrische president blijft aan de macht, maar alleen dankzij de aanwezigheid van buitenlandse partijen die hun eigen strijd uitvechten.

Met de inname van de stad Dera, waar in 2011 de opstand tegen zijn regime begon, heeft Assad een nieuwe overwinning behaald, en niet zijn minste. De machthebbers in Damascus wekken niet de indruk aan het einde van hun krachten te zijn, integendeel zelfs. Maar de problemen van het regime zijn nog lang niet ten einde. Er zijn meerdere regionale en internationale partijen (Amerikanen, Russen, 
Israëliërs, Iraniërs, Turken, Saoedi’s, Qatarezen, en niet te vergeten pro-Iraanse milities [de Libanese Hezbollah]) in Syrië actief, wat de situatie erg gecompliceerd maakt. Het vinden van een oplossing wordt dat daarmee ook.

Voorlopig heeft Bashar al-Assad de touwtjes nog stevig in handen. Daar lijkt het tenminste op. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu liet onlangs tijdens een bezoek aan 
Moskou voor het eerst duidelijk blijken dat Israël geen moeite heeft met Russische steun aan het Syrische regime. Hij bracht in herinnering dat in de ruim veertig jaar sinds de laatste oorlog [in 1973], ‘er op de Golanhoogte geen schoten [op Israël] meer zijn gelost’.

Daarbij moet wel worden opgemerkt dat gedurende het grootste deel van die periode Hafez al-Assad met ijzeren vuist regeerde en dus de facto de vrede aan de Israëlische grens kon handhaven. Zijn opvolger Bashar daarentegen regeert over een verdeeld land, waar de politieke, sociale en veiligheidssituatie slechts dankzij buitenlandse mogendheden nog enigszins stabiel is. Die relatieve rust is afhankelijk van diverse, moeilijk controleerbare factoren.

Iran

De regering-Netanyahu doet er wel alles aan om te voorkomen dat Iran een militaire aanwezigheid in Syrië opbouwt en er infrastructuur neerzet. Een volledige terugtrekking is geen haalbare kaart, maar Israël eist dat de Iraanse strijdkrachten en de milities onder hun gezag zich niet binnen 
een zone van vijftig kilometer van de demarcatielijn met Israël op de Golanhoogten vertonen. Die eis is door de aanwezigheid van de vele irreguliere strijders echter niet realistisch.

Sinds de feitelijke ineenstorting van 
de centrale Syrische overheid heeft Iran heimelijk geprobeerd om een demografische transitie in Syrië te bewerkstelligen. Zo infiltreerden leden van de Hezbollah sociale netwerken 
in steden en zetten ze daar lucratieve handeltjes op. Als de burgeroorlog 
eenmaal voorbij is, belet niets hun om daar te blijven zitten. Ze kunnen, 
zodra de hoogste leider van de Islamitische Republiek en de Revolutionaire Garde hen daartoe oproepen, gemobiliseerd worden en als guerrillaeenheden opduiken bij de Israëlische grens. 
De situatie wordt dan vergelijkbaar met die in de Gazastrook of in Zuid-Libanon.

De regering-Trump voert ten aanzien van het Iraanse regime een harde lijn. Blijven de sancties van kracht, dan is het zeker denkbaar dat de moellahs dusdanig onder druk komen te staan dat zij hun macht kwijtraken. Daardoor zou er een voorlopig einde komen aan de Iraanse expansie in de regio. Maar zolang Iran zijn geopolitieke ambities blijft koesteren, kan de 
Revolutionaire Garde buurland Syrië flink wat narigheid blijven bezorgen. Tegenover slapende illegale eenheden kan Rusland weinig beginnen, gesteld dat het dat zou willen.