Al Jazeera   | Doha

De Zuid-Soedanese vluchteling Lual Mayen ontwikkelt met zijn start-up Junub Games educatieve en vredelievende videogames en bordspellen, bedoeld voor kinderen in conflictgebieden.

‘Ik ben geboren in 1993 in een kamp voor Zuid-Soedanese en Congolese vluchtelingen. Mijn hele jeugd heb ik in vluchtelingen-kampen gewoond: ik ben er geboren en getogen, ik ben er naar school gegaan. Mijn moeder vertelde mijn zussen en mij iedere dag over het conflict dat in ons thuisland woedde. Toen in Zuid-Soedan in 2011 de onafhankelijkheid werd uitgeroepen, zaten we nog altijd in een vluchtelingenkamp. We waren uitzinnig van vreugde. Nu zou alles anders worden in ons land! Nu konden we in vrede en in vrijheid leven, na alle ellende die we hadden doorstaan.

Strenge moeder

Opgroeien in een vluchtelingenkamp is niet makkelijk. Het is geen gevangenis, maar wel een halve schroothoop. Het onderwijs liet veel te wensen over. De leraren waren slecht opgeleid en 
de school, een verzameling hutten, was slecht uitgerust. Er was geen leerplan en er was een tekort aan boeken, dus ik was niet erg gemotiveerd om naar school te gaan. Ik ging er voornamelijk heen om met mijn vrienden te voetballen. Als onderwijs je wordt ontzegd, is het alsof je toekomst je wordt ontzegd. Mijn moeder speelde een grote rol 
in mijn leven, zij was degene die me aanspoorde om te leren, om naar school te gaan. Ze was ongelofelijk streng, iets wat ik op dat moment niet kon waarderen, maar uiteindelijk was ik erbij gebaat. Dankzij haar heb ik 
me kunnen ontwikkelen.

Ik had als kind een rijke fantasie en was erg creatief. Je kon bijvoorbeeld niet zo makkelijk naar een bioscoop, dus ik zocht vaak dozen bij elkaar en maakte er kijkkasten van. Daarmee 
gaf ik ‘s avonds voorstellingen voor kampgenoten. En toen ontdekte ik de computer! In vluchtelingenkampen in Oeganda waren computers destijds een zeldzaamheid, maar ik weet nog dat ik tegen mijn moeder zei: ‘Ik wil op een dag leren programmeren.’ Ze lachte, maar ik zei nog eens: ‘Ik wil later iets met computers gaan doen.’ Mijn moeder heeft toen drie jaar lang geld opzijgezet van het kleine beetje dat ze als naaister verdiende. Van dat geld hebben we uiteindelijk een computer gekocht. In het kamp was geen internetverbinding, de stroom viel voort-durend uit en niemand anders had een computer, dus ik moest alles zelf uitvinden. Ik heb me erin vastgebeten. 
Op mijn computer stond een spel, Nuclear Bicycle, dat ik aan één stuk door speelde. Voor mij was het nauwelijks voor te stellen dat videogames door mensenhanden waren gemaakt, het was bijna iets bovenaards. Ik 
was meteen verkocht en wist: hier ga ik mijn beroep van maken.

Na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan wilden veel vluchtelingen terugkeren. Mijn ouders bleven in Oeganda, want het was nog niet duidelijk wanneer de gevechten zouden eindigen. In 2013 studeerde ik software-engineering aan de universiteit in Kampala. In de weekenden werkte ik in Zuid-Soedan, ik verdiende mijn geld met het bouwen van websites, 
iets wat ik mezelf had aangeleerd. Na een jaar ging ik er wonen en begon met behulp van een banklening mijn eerste start-up, Citycom Technologies. Mijn aanvraag voor een overheids-
subsidie was afgewezen. In 2016 brak de oorlog weer uit. Ik bleef in Zuid-Soedan, want ik was zojuist door de nieuwe regering gevraagd om ICT-trainingen te verzorgen, en in de hoofdstad Djoeba zou een technologieconferentie plaatsvinden. Pas na aandringen van mijn ouders, die nog in het vluchtelingenkamp verbleven, ontvluchtte ik uiteindelijk, met moeite, het land 
en keerde met lege handen terug.