Financial Times   | Londen 

Antarctica is van niemand. Het continent wordt gezamenlijk ‘bestuurd’ middels een verdrag tussen 53 landen. Maar het vreedzame model staat onder druk.

Antarctica is een continent zonder bestuur. Het dichtst erbij in de buurt komt het clubje van tien man in een aftands kantoor in Buenos Aires, met een bord op de deur waar ‘Secretariaat van het Antarctisch Verdrag’ op staat. Het clubje moet ervoor zorgen dat alles tussen de 53 landen die gezamenlijk op Antarctica toezien soepel verloopt. Het klinkt misschien als een doldwaze bestuursvorm voor een continent dat twee keer zo groot is als Australië en over gigantische voorraden natuurlijke hulpbronnen beschikt, en dat is het ook. Maar het onderliggende idealisme is glashelder.

‘Het geweldige aan Antarctica is dat het het enige continent is waar mensen met elkaar samenwerken aan vrede en wetenschap,’ zegt Jane Francis, hoofd van de Britse overheidsorganisatie voor wetenschappelijk onderzoek Antarctic Survey. In mei bezocht ze de jaarlijkse raadgevende bijeenkomst van het Antarctisch Verdrag, waar alle 53 landen acte de présence gaven. ‘Je gelooft het niet, maar ze waren er na twee weken uit. Het kan dus nog, op deze wereld.’

Maar niet iedereen was blij. Het wordt steeds moeilijker om overeenstemming te bereiken over het almaar grotere aantal kwesties in het kader van het verdrag, dat al bijna zestig jaar voor rust op het continent zorgt. Van klimaatverandering tot visserij: de naar consensus strevende groep landen worstelt met nieuwe geopolitieke uitdagingen.

‘Het wordt tijd voor een nieuwe visie,’ zegt Klaus Dodds, hoogleraar geopolitiek aan de Royal Holloway University of London en deskundige op het gebied van Antarctisch bestuur. ‘Een waarin de partijen zich expliciet uitspreken over datgene wat ze nastreven.’

De bijeenkomst in Buenos Aires was typerend: die leverde een nieuwe reeks overeenkomsten over laaghangend fruit op, zoals nieuwe regelgeving voor het gebruik van drones en richtlijnen voor de omgang met erfgoed, zoals de hut die Ernest Shackleton ruim een eeuw geleden samen met zijn bemanning bouwde.

Steeds grotere druk

Maar de heikelste kwesties worden bijna nooit aangeroerd, bijvoorbeeld wat er gebeurt wanneer landen de regels van het verdrag schenden. Wetenschappers en diplomaten maken zich steeds meer zorgen dat het bestaande stelsel niet bestand is tegen de steeds grotere druk. Het laatste ongerepte continent staat op het spel, met ’s werelds grootste zoetwatervoorraad, enorme potentiële olie- en gasreserves en de sleutel tot de kennis over de snelheid waarmee de zeespiegel als gevolg van klimaatverandering stijgt.

‘Op dit moment bespeuren we zowat een soort lethargie onder de verdragspartners als het gaat om het zetten van noodzakelijke stappen,’ zegt Daniela Liggett, hoogleraar geografie aan de University of Canterbury in Nieuw-Zeeland. Ze voegt eraan toe dat het laatste grote bindende protocol twintig jaar geleden van kracht werd. Elk nieuw protocol moet via consensus tot stand komen, dus in feite heeft elk land vetorecht. De grootste spanning veroorzaken kwesties die raken aan de economische en strategische belangen op Antarctica, zoals toerisme en visserij (mijnbouw is verboden).

Maar het steeds grotere aantal ondertekenaars maakt het verdrag onwerkbaar. In 1980 hadden slechts dertien landen een ‘raadplegende’ status voor het doorhakken van belangrijke knopen. Nu zijn dat er 29, met landen variërend van Finland tot Peru en van India tot België. Intussen is het aantal permanente stations voor wetenschappelijk onderzoek, een graadmeter voor de activiteit, gegroeid tot meer dan 75. Vooral China bouwt enthousiast nieuwe stations sinds het in 1983 het verdrag ondertekende.