The Nation   | New York

De Keniaanse auteur en Nobelprijskandidaat Ngũgĩ wa Thiong’o leeft al sinds 1982 in ballingschap in de VS. In een gesprek met de Indiase journalist Rohit Inani spreekt hij over de gevolgen van het kolonialisme en het belang van schrijven in je eigen taal.

Toen de Keniaanse schrijver Ngũgĩ wa Thiong’o vorig jaar een afgeladen aula van de University of the Witwatersrand in Johannesburg betrad, kreeg hij onmiddellijk een staande ovatie. Het publiek floot en joelde en met geheven vuist riepen ze: ‘Ngũgĩ! Ngũgĩ!’ Meer dan vijftig jaar na Weep not, Child, de eerste roman die in het Engels door een Oost-Afrikaan werd uitgegeven, is hij nog steeds een literaire superster en een eeuwige kandidaat voor de Nobelprijs.

Ngũgĩ werd in 1938 in Limuru in Kenia geboren, op het hoogtepunt van de Mau Mau-opstand. Hij kwam uit een groot boerengezin. Hij ging naar school in Kenia en haalde zijn bachelordiploma aan de Makerere University in Oeganda en de University of Leeds in Engeland. Zijn debuutroman, Weep not, Child (1964), waarin hij uitgebreid de Mau Mau-opstand beschrijft, kreeg enthousiaste kritieken. Snel daarna publiceerde hij The River Between (1965) en A Grain of Wheat (1967). Na tien jaar bracht Ngũgĩ in 1977 Petals of Blood uit. Nadat hij het in het Kikuyu, zijn moedertaal, geschreven toneelstuk ‘Ngaahika Ndeenda’ (‘I Will Marry When I Want’) over ongelijkheid en onrecht in de Keniaanse samenleving had gepubliceerd, werd hij gearresteerd en gevangengezet. In de gevangenis nam hij afscheid van het Engels als literaire taal, en nadien schreef hij alleen nog in het Kikuyu. In zijn cel schreef hij Caitani Mutharaba-ini (1981) op het enige wat voorhanden was, namelijk velletjes wc-papier, later in het Engels vertaald als Devil on the Cross (1982).

Na zijn verbanning uit Kenia in 1982 ging Ngũgĩ naar de Verenigde Staten, waar hij meer dan dertig jaar heeft gewoond en lesgegeven en zich manifesteerde als een felle criticus van het westerse imperialisme en neoliberalisme.

The Nation: ‘Toen u in 1978 gevangenzat in de extra beveiligde gevangenis Kamiti schreef u een van uw bekendste boeken, Devil on the Cross, in het Kiyuku op wc-papier. Hoe moeilijk was het om een heel boek op wc-papier te schrijven?’

Ngũgĩ wa Thiong’o: ‘Ik zat in de gevangenis vanwege mijn toneelstuk “I Will Marry When I Want”, dat werd uitgebracht in het Kikuyu en werd gespeeld door boeren. Ik herinner me dat het stuk werd verboden in november 1977, en op 31 december 1977 zat ik in een extra beveiligde gevangenis. In die gevangenis dacht ik ernstig na over de taalkwestie. Ik besefte dat als je naar de geschiedenis van het kolonialisme keek, de kolonist niet alleen zijn taal oplegt, maar ook de talen van de gekoloniseerden kleineert en onderdrukt. Wie Engels wilde leren, moest eerst de eigen taal afleren. Dit was tot in de postkoloniale tijd de gang van zaken.

Omdat ik achter de tralies zat voor het schrijven in een nationale taal en gevangen was gezet door een Afrikaanse regering, besloot ik om vanaf dat moment alleen nog in de taal te schrijven die de reden was geweest van mijn opsluiting.’

En dat was een cruciaal moment voor u?
‘Ja. Dat hield me op de been – het gevoel dat ik me verzette. Het was leuk om te schrijven toen ik geen papier had. Ik had alleen wc-papier. Als ik zei dat ik een soort bekentenis aan het schrijven was, kreeg ik soms een pen van de gevangenisleiding. Maar ik weet niet wat er eigenlijk te bekennen viel.’