Der Spiegel   | Hamburg

Na zeven jaar oorlog heeft de Syrische dictator Bashar al-Assad tweederde van het land weer onder controle. Maar de toekomst is onzeker. Voor 
de wederopbouw is geld nodig, en dat komt er alleen als Assad vertrekt.

Met de herovering van de Zuid-Syrische stad Dara 
– waar begin 2011 de opstand losbarstte – hebben de Russische luchtmacht, de buitenlandse milities onder Iraans bevel en Assads Syrische eenheden nu ongeveer 
tweederde van het land in handen. Zo’n driekwart van de overgebleven bevolking woont in dat gebied. De 
Russische interventie in de herfst van 2015 bracht de definitieve ommekeer. Met massale luchtaanvallen op steden, scholen en ziekenhuizen, die de rebellen dwongen tot overgave of terug-
trekking, braken de Russen het verzet. Assad heeft de overwinning vrijwel geheel te danken aan Moskou.

Maar wat betekent dit voor de toekomst van Syrië en voor de houding van het Westen jegens Assad? Is de 
oorlog nu voorbij? Wordt het verwoeste land nu weer opgebouwd, of gaat het plunderen door? Welke troeven heeft Europa nog in handen na het mislukken van de vredesonderhandelingen? Er zijn veel vragen waarop nu antwoorden nodig zijn – en dat zijn geen gemakkelijke antwoorden.

De oorlog is nog niet voorbij. De toekomst van Idlib, het laatste rebellenbolwerk in het noordwesten, is onduidelijk. Er wonen bijna drie miljoen mensen in die provincie, waaronder veel gevluchte of gedeporteerde 
tegenstanders van het regime. Naar verluidt bereidt het regime een 
offensief op Idlib voor. Het lot van het door de Koerden gecontroleerde 
noordoosten van het land is eveneens onzeker.

Onderhandelingstroef

Duidelijk is wel wie de verliezers van de oorlog zijn: iedereen die in opstand is gekomen tegen Assad. Maar uiteindelijk is het hele land de verliezer. Onder de 400.000 à 500.000 doden zijn ook tienduizenden soldaten van Assads alawitische minderheid. Vijfenhalf miljoen Syriërs zijn naar buurlanden gevlucht en er zijn 6,5 miljoen 
ontheemden in eigen land – in totaal de helft van de bevolking in 2010.

Tot degenen die naar Europa vluchtten behoren leden van de Syrische middenklasse uit beide kampen. De 
oppositie vluchtte voor de bommen, de loyalisten vluchtten voor gedwongen militaire dienst en de economische instorting. De blijvers lijden onder het feit dat het Syrische pond tien keer minder waard is dan in 2011, terwijl 
de prijzen sterk zijn gestegen en 
de salarissen nagenoeg gelijk zijn 
gebleven.
Er zijn schattingen van de rechtstreeks door de oorlog veroorzaakte totale schade. Volgens Staffan de Mistura, speciale gezant van de VN voor Syrië, bedroeg die eind 2017 minimaal 250 miljard dollar.

Veel steden liggen in puin, wederopbouw is cruciaal. Belangrijk is de vraag wie die gaat betalen. De kosten zijn naar verwachting zo hoog dat noch het regime noch zijn bondgenoten bereid zijn ervoor op te draaien. Rusland ziet het Westen hierin graag een rol spelen, maar het Westen heeft er altijd op gestaan dat Assad eerst aftreedt. Geld is de laatste onderhandelingstroef van het Westen.