The Wall Street Journal | New York

De prijs van duurzame energie is sinds kort concurrerend met die van fossiele brandstoffen. Gevolg: voor het eerst wordt wereldwijd meer geïnvesteerd in zonne- en windenergie dan in kolen-, gas- en kerncentrales.

Als gevolg van de dalende kosten van wind- en zonne-energie wordt er wereldwijd nu meer in duurzame energie geïnvesteerd dan in stroom uit kolen-, gas- en kerncentrales. Meer dan de helft van de nieuwe energieproductie van de laatste jaren betreft volgens het in Parijs gevestigde Internationaal Energieagentschap (IEA) duurzame bronnen als wind en zonlicht. In 2016, het recentste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn, werd ongeveer 297 miljard dollar uitgegeven aan duurzame energiebronnen – meer dan tweemaal zo veel als de 143 miljard voor nieuwe energiecentrales op basis van kernenergie en fossiele brandstoffen. Volgens ramingen van het IEA zal duurzame energie in 2025 56 procent van de netto toegevoegde productiecapaciteit leveren.

Vroeger moesten zonne- en windenergie zwaar gesubsidieerd worden door de overheid, maar al tien jaar lang dalen de kosten zo gestaag dat investeren in duurzame energie aantrekkelijker is geworden. Ze zijn de afgelopen jaren zo sterk gedaald dat ‘wind- en zonne-energie nu de goedkoopste optie zijn’, zegt Francis O’Sullivan, hoofd onderzoek van het Energy Initiative van MIT. De gevolgen laten zich voelen bij fabrikanten van apparatuur voor stroomproductie. General Electric en Siemens kampen met een dalende vraag naar grote gasturbines en hebben ontslagen aangekondigd, terwijl vooral Aziatische fabrikanten van zonnepanelen goede zaken doen.

Op veel plaatsen is de keuze voor duurzame energie ‘zuiver economisch’, zegt Danielle Merfeld, hoofd technologie op de afdeling voor duurzame energie van General Electric. ‘Op de meeste plaatsen is dat nu goedkoper en zijn andere technieken duurder geworden.’

Overvloed aan zonnepanelen

In Europa en andere ontwikkelde economieën is de ontwikkeling van duurzame energie gestimuleerd met structurele overheidssteun. Maar de kostendaling heeft andere redenen. China heeft zo zwaar in de sector geïnvesteerd dat er een overvloed aan zonnepanelen op de markt is. Dankzij innovaties kunnen grotere windmolenwieken worden gemaakt, wat turbines oplevert die voor minder kosten aanzienlijk meer stroom opwekken. Duurzame stroomproductie kent ook minder hindernissen dan traditionele elektriciteitscentrales. Kerncentrales kampen met vooral technische vertragingen, fossiele-brandstofcentrales met onzekerheid over de regelgeving vanwege de klimaatverandering. En pensioenfondsen, die altijd voor stabiel langetermijnrendement gaan, zijn fors gaan investeren in wind- en zonneparken, met als gevolg dat ontwikkelaars die goedkoop kunnen financieren. ‘Het is gewoon gemakkelijker om duurzame energieparken te bouwen,’ zegt Tony Clark, oud-bestuurder bij de Amerikaanse toezichthouder voor de energiesector. ‘Dat stuit op veel minder weerstand.’

Die aanhoudende investeringen hebben gevolgen voor de stroomvoorziening van huishoudens en fabrieken. Volgens een gezamenlijk rapport van de Frankfurt School of Finance & Management en het Milieuprogramma van de VN bedroeg het percentage groene stroom vorig jaar 12,1 procent, meer dan tweemaal zo veel als tien jaar eerder. En dan is de productie van grote waterkrachtcentrales nog niet meegerekend.