abcúg | Boedapest

In het noordoosten van Hongarije hebben dorpelingen een coöperatieve bank en een banketbakkerij op poten gezet die werk bieden aan een aantal Romavrouwen.

In de banketbakkerij waar ik vandaag ben uitgenodigd heb ik de grootste moeite om een ronde en knapperige koek te bakken terwijl mijn collega’s al minstens aan hun tweede bezig zijn. Er worden goedmoedige grapjes over gemaakt, maar Anikó, die de leiding heeft, springt voor me in de bres. Voor de anderen was het ook niet zo makkelijk in het begin. Ze hebben zelf ook heel wat moeten experimenteren met de hitte van het vuur en de baktijd om te voorkomen dat het deeg verbrandde of slap werd op de ijzeren bakplaten. Omdat het me duidelijk aan vakkundigheid ontbreekt, laat ik mijn rauwe deegbollen liever voor wat ze zijn en vraag aan de baas van dit ploegje, László Suha, om te vertellen hoe deze banketbakkerij is ontstaan in het dorp waar hij is opgegroeid, Szúcs-bányatelep in het noordoosten van Hongarije.

Het begon allemaal drie jaar geleden, toen de Stichting Autonómia en het Katona József Theater een gezamenlijk programma lanceerden dat jonge dorpelingen van tussen de zes en negentien jaar elke week toneellessen bood in deze beroemde schouwburg in Boedapest. Het succes van dit project leidde tot een ander initiatief, gesteund door de Stichting Soros, dat zich op volwassenen in negen arme gemeenten richtte, die voornamelijk door Roma werden bevolkt. Een daarvan is Szúcs-bányatelep, een dorp met honderdvijftig inwoners dat vóór de komst van financiële steun kampte met chronische werkloosheid, totale afzondering en een gebrek aan gemeentelijke activiteiten.

Volgens László Suha maakt dit succes korte metten met de clichés over de Romagemeenschap en laat het zien dat je deze mensen, die vaak van de werkvloer worden geweerd, alleen maar een kans hoeft te geven