The Washington Post   | Washington D.C.

Steven Pinker, hoogleraar psychologie aan Harvard, bekijkt de wereld met een optimistische blik. De statistieken laten volgens hem geen twijfel: het gaat steeds beter met de mensheid.

TWP: Het nieuws wekt vaak de indruk dat alles steeds slechter wordt. U geeft in uw boek goed onderbouwde en overtuigende argumenten voor de stelling dat de wereld juist steeds beter wordt. Kunt u dat verschil verklaren?

Steven Pinker: ‘Kijk, als je in een nieuwe stad komt en het regent, trek je dan meteen de conclusie: “Het wordt hier steeds erger met de regen”? Dat kun je toch niet zeggen als je niet weet hoeveel regen er tot die tijd gevallen is? Maar als mensen over een oorlog of een terroristische aanslag lezen, concluderen ze wel dat het geweld toeneemt. Dat is net zo onlogisch. Het aantal landen waar oorlog woedt is vanaf 1946 in sneltreinvaart gedaald, de Amerikaanse moordcijfers kelderen al sinds 1992 en als je de cijfers voor slachtoffers van ziekte, honger, extreme armoede, analfabetisme en dictatoriale regimes langs een eerlijke meetlat legt, zie je dat die ook allemaal zijn gedaald. Niet tot nul, maar wel een heel eind.’

De wereld mag er dan beter op worden als je de beschaving in vogelvlucht bekijkt, van dichterbij bezien kan de situatie op de korte termijn toch ook jarenlang verslechteren?

‘Vooruitgang is geen tovenarij. Je hebt altijd hindernissen en tegenslagen en soms een gruwelijke terugval zoals de Spaanse griep, de Tweede Wereldoorlog of de explosieve stijging van de misdaadcijfers na de jaren zestig. Vooruitgang krijg je als de tegenslagen minder frequent of minder zwaar worden of helemaal uitblijven. We moeten natuurlijk altijd beducht zijn op de grootst mogelijke tegenslag van allemaal, een kernoorlog, en op het gevaar van permanente achteruitgang, zoals in de somberste scenario’s voor klimaatverandering… En de mensen die op deze wereld aan het kortste eind trekken, hebben natuurlijk nog steeds een akelig leven. Dat zal zo blijven tot er helemaal geen oorlog, misdaad, ziekte en armoede meer zijn. Maar het punt is dat er nu veel minder mensen met die nachtmerrie van oorlog en ziekte moeten leven.’