The New York Times   | New York  

Een jaar na Charlottesville heerst er wanorde binnen de Amerikaanse alt-rightbeweging. Maar dat betekent niet dat hun ideeën verdwenen zijn.

Na maanden van juridische problemen, tegenprotesten en interne conflicten lijken de wit-nationalisten die een jaar geleden in de straten van Charlottesville met hun fakkels en hun van haat vervulde leuzen het hele land deden opschrikken nu, in ieder geval tijdelijk, te zijn teruggedrongen naar de marge.

De lage opkomst bij een geplande demonstratie in Washington, op een zondag in augustus dit jaar, 
zegt weinig over de huidige mate van intolerantie, haatdragendheid en xenofobie die de VS in zijn greep heeft. Het afgelopen jaar is in de tien grootste Amerikaanse steden het aantal door haat gedreven misdaden gestegen en ook de verhalen over ‘immense 
geografische veranderingen’, bedoeld om angst te zaaien, zijn inmiddels gemeengoed geworden. Maar de lage opkomst in Washington zegt wel iets over 
de wanorde binnen een beweging die zich vorig jaar augustus in verontrustend grote aantallen manifesteerde tijdens een Unite the Right-demonstratie in Charlottesville.

‘De demonstratie in Washington was van begin 
af aan tot mislukken gedoemd, in die zin dat Charlottesville een jaar geleden zowel een duidelijke boodschap als een duidelijk doel had – en beide zijn in de tussentijd verzand,’ aldus Lawrence Rosenthal, voorzitter van het Berkeley Center For Right-Wing Studies. ‘En de coalitie die zich had gevormd om de demonstratie in Charlottesville te organiseren, is uit elkaar gevallen.’

Allegaartje zonder leider

Veel mensen bínnen de beweging delen die visie. 
‘We krijgen momenteel zo veel tegenwerking dat niemand in de stemming is om iets te vieren,’ zegt Richard B. Spencer, een prominente wit-nationalist en een van de grote namen binnen alt-right, die verstek heeft laten gaan in Washington. ‘En ik ben niet van plan dingen te doen die het moreel ondermijnen.’

De coalitie van ouderwetse racistische groeperingen – neo-confederates en white identitarians die handig gebruik weten te maken van social media – die vorig jaar zo veel mensen op de been wist te brengen, bleek in de maanden na Charlottesville een allegaartje van groeperingen dat noch in staat was een leider te kiezen, noch te bepalen achter welke specifieke vorm van intolerantie men zich wilde scharen. Het blijkt nog niet zo eenvoudig om grote groepen ontevredenen op de been te brengen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze van de aardbodem zijn verdwenen. Sterker nog, hun boodschap van discriminatie vindt inmiddels weerklank bij sommige politici en commentatoren.

De demonstratie in Washington – die nog nietiger leek door de duizenden tegendemonstranten – was georganiseerd door Jason Kessler (34), een van de vele mensen achter de fakkeldemonstratie van vorig jaar, die uitmondde in geweld. Op Twitter heeft hij op schandelijke wijze de spot gedreven met Heather Heyer, de jonge vrouw die om het leven kwam toen een man met wit-nationalistische sympathieën met zijn auto inreed op de tegendemonstranten bij de betoging in Charlottesville.

Die zondag in Washington liep Kessler, onder zware politiebegeleiding, provocerend door de straten van Washington, met een Amerikaanse vlag in zijn handen, geflankeerd door een klein groepje sympathisanten, van wie sommigen het ‘Make America Great Again’-petje droegen dat zo in zwang is onder de aanhang van president Trump.