Brand Eins | Hamburg

Om de groeiende wereldbevolking te voeden moeten we de komende veertig jaar evenveel voedsel produceren als in de afgelopen achtduizend jaar. Bij Wageningen University weten ze dat dit kan. Er is namelijk al een voorbeeld waaraan men zich kan vasthouden: Nederland.

Wageningen is een onwaarschijnlijke locatie voor een revolutie. Het stadje ligt enigszins afgelegen aan een zijarm 
van de Rijn, ongeveer 50 kilometer ten oosten van Utrecht. Het heeft een bakstenen kerkje, een paar overblijfselen van de 16e-eeuwse vesting en 37.000 inwoners. Wageningen heeft niet eens een eigen station, maar volgens de QS World University Ranking wel de beste landbouwuniversiteit ter wereld: Wageningen University & Research. Daar zijn 11.000 studenten en 5000 medewerkers actief om ervoor te 
zorgen dat de mensen ook in de 
toekomst voldoende te eten hebben.

Ernst van den Ende is algemeen directeur van de afdeling plantenwetenschappen en ontvangt me in een 
kantoor waar een Ficus benjamina bijna tot aan het plafond reikt. Als eerste 
legt hij aan zijn bezoeker uit hoe 
ernstig de situatie is. Hij heeft een powerpointpresentatie geopend, die een sterk stijgende kromme laat zien: de behoefte aan levensmiddelen tot 
en met 2050. ‘Over dertig jaar zullen 
er 10 miljard mensen op aarde zijn, 
2,5 miljard meer dan nu. Tegelijkertijd slinkt het oppervlak dat voor landbouw ter beschikking staat. Door de klimaatverandering nemen extreme weers-omstandigheden zoals overstromingen en droogte toe.’

Dit alles leidt tot een conclusie die de wetenschapper voor het einde van 
zijn slideshow heeft bewaard: ‘In de komende veertig jaar zullen we 
evenveel voedingsmiddelen moeten produceren als de hele mensheid in 
de afgelopen achtduizend jaar.’

Des te verbazingwekkender is het dat Van den Ende dat voor mogelijk houdt. Er is namelijk al een voorbeeld waaraan men zich kan vasthouden: Nederland. Het kleine, dichtbevolkte land heeft een enorm productieve landbouw. Gemeten naar de waarde van de 
landbouwproducten is Nederland de op 
een na grootste exporteur van levensmiddelen ter wereld. In 2017 exporteerde het land agrarische producten ter waarde van 91,7 miljard euro. Alleen de VS verdienen nog meer geld langs die weg, iets meer dan 120 miljard euro. Nederland weet dat echter te bereiken met een landbouwoppervlak dat 217 keer zo klein is als dat van de VS.

De Nederlanders produceren mondiaal gezien de hoogste opbrengsten 
komkommers, chilipepers en tomaten per hectare, de op een na hoogste bij peren en tarwe en de op vier na hoogste bij aardappels, wortels en uien. En dat doen ze heel zuinig; zo gebruiken ze bij kastomaten maar iets meer dan 
9 liter water om een kilo te kweken. Wereldwijd gebruiken groentetelers daarvoor gemiddeld 214 liter.

Radicale ommekeer

Ook bij het gebruik van pesticiden en meststoffen heeft er in Nederland een radicale ommekeer plaatsgevonden. 
In 1999 gebruikte het land meer pesticiden en meststoffen dan welk ander Europees land ook. Destijds werd gemiddeld 500 kilo per hectare over het land verspreid. In 2014 was het 
verbruik meer dan gehalveerd.

In Wageningen zijn veel van de methoden en technieken ontwikkeld die 
deze ingrijpende verandering mogelijk hebben gemaakt. De revolutie in de Nederlandse landbouw is er een van 
de kennis. Dat is dan ook de reden dat Van den Ende zijn ondergangsstatistiek zo kalmpjes kan presenteren. Hij weet dat het een oplosbaar probleem is. De wereld hoeft alleen maar te worden zoals Nederland. En waarschijnlijk 
nog een beetje beter. Daarvoor zetten de onderzoekers zich hier in.

Van den Ende heeft een devies dat zijn inspanningen samenvat: meer met minder. ‘We willen meer produceren op elke vierkante meter, met minder middelen – minder pesticiden, minder water, minder energie, minder arbeid.’

Hoe dat eruitziet kun je bekijken in een verduisterde container achter een zware deur. Rode en blauwe ledlampen verspreiden er een licht als in een Amsterdams bordeel. In de ruimte is het precies 22 graden Celsius. Hier kweekt de 54-jarige Leo Marcelis sla, waarvan de blaadjes tot nog toe 
nauwelijks groter zijn dan een pakje sigaretten.

De planten groeien op drie niveaus, waarmee de ruimte maximaal wordt benut, zonder zonlicht en geplant in kleisubstraat. Zo moeten er ook in de steden plantages ontstaan, efficiënter dan welke akker ook.

Vertical farming wordt sinds enkele jaren gezien als de oplossing voor het 
probleem van een planeet waarvan het landbouwoppervlak tegen zijn grenzen aanloopt: je stapelt de akkers op elkaar, onder kunstlicht, meestal zonder aarde en alleen met water dat met voedingsstoffen is verrijkt.