The New York Times   | New York

De spyware van de Israëlische NSO Group vindt gretig aftrek bij onder andere de Verenigde Arabische Emiraten, blijkt uit onderschepte e-mails. Tegen het bedrijf zijn twee rechtszaken aangespannen wegens 
medeplichtigheid aan illegale spionage.

De leiders van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) 
hebben meer dan een jaar lang Israëlische spyware gebruikt om in te breken in mobiele telefoons van dissidenten in eigen land of van rivalen in het buitenland. Toen topfunctionarissen een prijzige update van de spionagetechnologie kregen aangeboden, deden ze voor de zekerheid navraag naar de mogelijkheden, zo bleek uit de uitgelekte mailwisseling die op 30 augustus in twee rechtszaken tegen de maker van de spyware, de Israëlische NSO Group, boven water kwam. 
Of het bedrijf ook de telefoons van de emir van Qatar, een regionale rivaal, kon afluisteren, wilden ze weten. En 
de telefoon van een Saoedische prins, het hoofd van de machtige Nationale Garde? En hoe zat het met de telefoon van de hoofdredacteur van een in 
Londen gevestigde Arabische krant? 
‘In de bijlage treft u twee opnamen aan’, schreef de contactpersoon van 
het bedrijf vier dagen later, blijkens de e-mails. Bijgevoegd waren twee opnamen van telefoongesprekken die de hoofdredacteur, Abdulaziz Alkhamis, had gevoerd. Alkhamis bevestigde dat de gesprekken hadden plaatsgevonden, en sprak zijn verbazing uit over het 
feit dat hij in de gaten werd gehouden.

Pegasus

De NSO Group wordt nu in twee rechtszaken aangeklaagd: het bedrijf wordt beschuldigd van actieve betrokkenheid bij illegale spionage. De rechtszaken maken deel uit van een mondiale strijd tegen de aanzwellende cyberwapenwedloop, waarbij regeringen miljoenen spenderen aan geavanceerde surveillancetechnologie die is ontwikkeld door particuliere bedrijven. Mensenrechtenorganisaties stellen dat het gebrek aan toezicht grootschalig 
misbruik uitlokt. Hoofdrolspeler in deze strijd is de NSO Group, een van de bekendste makers van spionagesoftware die inbreekt in mobiele telefoons. De twee zaken zijn in Israël en in Cyprus aangespannen door respectievelijk een Qatarees en een groep 
Mexicaanse journalisten en activisten, die stuk voor stuk slachtoffer waren van de spyware van het bedrijf. De 
NSO Group verkocht surveillancetechnologie aan de Mexicaanse regering, onder de uitdrukkelijke voorwaarde 
dat deze alleen mocht worden ingezet tegen criminelen en terroristen. 
In plaats daarvan waren echter prominente mensenrechtenadvocaten, 
journalisten en anticorruptieactivisten het doelwit, van wie een aantal het Israëlische bedrijf nu dus voor de rechtbank heeft gedaagd.

In de zaak van de VAE, zo wordt gesteld, heeft een aan de NSO Group gelieerd bedrijf vier jaar geleden op verzoek van de klant uit de VAE telefoongesprekken van een journalist opgenomen en geprobeerd buitenlandse regeringsfunctionarissen te bespioneren. De technologie werkt door middel van 
het versturen van berichten naar de smartphone van het doelwit, in de hoop dat de ontvanger toehapt en het bericht opent. Bij het aanklikken van de daarin opgenomen link wordt de spionagesoftware, Pegasus genaamd, ongemerkt gedownload, waarna alle gesprekken, berichten en e-mails – 
en zelfs face-to-facegesprekken – van het slachtoffer zijn te volgen.
Een partner van de NSO Group, zo blijkt uit de documenten, deed de Emiraten zelfs suggesties aan de hand voor de 
te gebruiken taal in de berichten, die veelal op de Perzische Golf waren toegesneden, met onschuldig ogende 
teksten als: ‘Het is bijna ramadan: extra hoge kortingen!’ en ‘Klapbanden door de hitte: hoe voorkom je die?’ 
Uitgelekte technische documenten die in de rechtszaak zijn aangevoerd, tonen aan dat het bedrijf zijn klanten hielp de illegaal verworven gegevens via een geavanceerd computernetwerk te verzenden.