Mail & Guardian  | Johannesburg

Akabanga Chilli Oil, een lokaal geproduceerde chilipeperolie, is een nationale obsessie in Rwanda. Niemand kan meer zonder.

Een goedgeklede Rwandese vijftiger zet zijn lunch, een bord bonen met gestoofd rundvlees, op een van de tafeltjes en gaat zitten. Hij vist een klein plastic flesje met een wit dopje uit zijn zak, het soort flesje dat meestal oogdruppels bevat. (Wees alvast gewaarschuwd: zorg dat je dit spul nóóit in je ogen krijgt.) De inhoud van het flesje is fel oranje, het etiket al even fel geel. Met precisie verdeelt de man vijf druppels over zijn eten. En 
hij is niet de enige. In de enorme conferentieruimte in Kigali toveren alle Rwandezen hun eigen flesje tevoorschijn, om hun maaltijd vervolgens zorgvuldig te besprenkelen met – al naargelang ieders tolerantiegrens – een of meer druppels hete chilisaus.

Wij, buitenlandse conferentiebezoekers, wisten niet wat we misten, maar ik was vastbesloten het uit te zoeken. Akabanga Chilli Oil, de befaamde Rwandese chilipeperolie, is een nationale obsessie. Klaarblijkelijk is de 
maaltijd niet compleet zonder een paar druppels van de pittige smaakmaker. Om de hoek van het conferentiecentrum bemachtigde ik mijn eigen flesje in een kleine supermarkt, op het schap tussen de bouillonblokjes en het peper en zout. Sindsdien vergezelt het flesje me op al mijn reizen over het Afrikaanse continent.

Het dorpje Nyirangarama is beter ontwikkeld dan de meeste plaatsen. Dat is te danken aan één enkele man: Sina Gerard, de uitvinder van Akabanga. – © Mail and Guardian